Opa

Zuidbroek

,,Hoe gaat het nu met je?''

,,Beter'', zeg ik. ,,Ik ben goed ziek geweest.'' ,,Ja, wij hebben binnen het bedrijf zelfs het griepprotocol moeten hanteren'', zegt hij. ,,Er waren ongelooflijk veel mensen ziek.'' ,,Ik ben vooral blij dat ik weer de normale dagelijkse dingen kan doen, zoals boodschappen en werken. Wanneer ik ziek ben ga ik juist heel veel nadenken. Over alles.'' Ik staar door het raam naar buiten. Taxi's razen met hoge snelheid voorbij en verderop vechten op een stoepje, kraaien om een broodkorst. ,,Ik vraag mij af hoe oma het allemaal volhield'', zeg ik. Er rolt een traan over mijn wang. Snel veeg ik de traan weg, in de hoop dat hij het niet gezien heeft. Ik wil vandaag sterk zijn. ,,Ik vind het al vreselijk om acht dagen aan huis gekluisterd te zijn, moet je nagaan hoe een jaar zou zijn.'' ,,Ja, ze was een uitzonderlijke vrouw'', zegt hij. ,,Voor wie is de vegetarische lasagne?'' We schrikken op. De ober staat met twee dampende borden naast ons tafeltje. ,,Voor mij alstublieft.'' ,,En de risotto?'' Mijn opa knikt. Daarna vouwt hij zijn handen samen en prevelt een kort gebed. Zwijgend eten we verder. ,,En hoe gaat het met het schrijven?'' vraagt hij na een tijdje. Oma vond het altijd heerlijk om je verhalen te lezen. ,,Het gaat wisselend'', zeg ik met volle mond. ,,Ik denk erover om iets anders te proberen. Om misschien een kinderboek te schrijven.'' ,,Een kinderboek? En je werk dan?'' ,,Zoveel werk ik nog niet.'' ,,Och, kind, denk je nou echt dat je daarmee je brood kunt verdienen?'' ,,Niet per se. Maar daar gaat het ook niet om'', zeg ik. In een poging verdere discussie te voorkomen, vraag ik hoe zijn risotto smaakt. ,,Uitstekend!'' Hij kijkt op zijn horloge. ,,We moeten wel opschieten. Het begint al bijna.'' Gauw schuif ik nog een paar happen naar binnen. Buiten steekt hij een arm door de mijne. We stappen stevig door. Wanneer we de Oosterpoort binnenkomen slaat de warmte ons in het gezicht. De lobby staat bomvol, ondanks dat FC Groningen vanavond ook speelt. ,,Wil jij je jas nog kwijt?'' vraagt opa. Terwijl hij de jassen ophangt, bekijk ik de menigte. Mannen en vrouwen van voornamelijk middelbare leeftijd. Tijdens het voorprogramma blijven we bewust in de lobby achter. ,,Niks aan'', zegt opa. Hij slaat een glas sherry achterover en vraagt of ik nog een wijntje wil. Na een half uur gaan ook wij de zaal binnen. We wringen ons door de menigte en slagen erin bijna vooraan bij het podium te komen. Wanneer de mannen van Toto opkomen, bekijk ik niet hen, maar mijn opa. Mijn opa, een man gekweld door verlies. En Toto, fantastische muzikanten, maar niet echt mijn smaak. Na een tijdje slaat opa een arm om mij heen. Ik realiseer mij dat hij op dit moment even volstrekt gelukkig is, en dat is voor mij genoeg.

Auteur

Bram Hulzebos