Laura Mijnders | Moederkloek (3)

ZUIDBROEK

Op de eerste halve liter volgt al gauw een tweede. We zitten in een kringetje op het gras, als een verdwaalde peuterspeelzaal. ,,Kom op,’’ zegt Remy na een tijdje. ,,Laten we maar beginnen met het opzetten van de partytent.’’ Met een zucht staan we op. Remy graait tussen alle bagage naar de stalen palen, de tentdoeken en de verbindingsstukken. ,,Als twee van jullie nu beginnen met het in elkaar schuiven van de nummers zeven en drie, komen we een heel eind. Of.....wacht even, ik doe het verkeerd.’’

Ik reik hem de gebruiksaanwijzing aan maar hij weigert het papier aan te nemen. ,,Het lukt zo wel, ik heb hem laatst nog opgezet.’’ Na een tijdje duwen en trekken, knopen en sjorren, staat de tent. Het is Remy gelukt zonder gebruiksaanwijzing. Hij glundert van trots. De tent is een immens groot ding en op het nog bijna lege veld, staan een paar mensen met grote ogen onze kant uit te kijken. ,,Bah, wat een nare lui. Waarom staan ze ons zo aan te gapen?’’ klaag ik tegen Jasper. ,,We doen toch niets verkeerds?’’

,,Ach, maak je toch niet zo druk om anderen!’’ zegt mijn man. Ergerlijk genoeg heeft hij gelijk. Mokkend trek ik een derde halve liter open, zonder nog een woord te zeggen. Tegen de tijd dat alles staat hebben we met een aantal mensen kennis gemaakt. Onze magen knorren. ,,Misschien kunnen we pizza bestellen,’’ oppert Arjan. ,,Goed idee,’’ zegt Arianne.

,,Zit hier iets in de buurt? Ik google wel even op pizzeria’’, zeg ik. ,,Ah. Er zit hier een vlakbij! Als we nu alvast bedenken wat we willen hebben? Wat wil jij hebben Dick?’’ Arjan hangt de telefoon weer op. ,,Geregeld. Ze zijn er met een uur, maar ze kunnen de pizza’s niet de camping op brengen. We moeten naar het campingwinkeltje lopen.’’

,,Waar hangt Dick eigenlijk uit?’’ Arianne haalt haar schouders op. ,,Hij zal vast wel terugkomen. Wie lopen er zo die kant uit?’’

Maarten, Gert-Jan, Jasper en Arjan besluiten die kant op te lopen. Wanneer ze terugkomen loopt een dronken Dick als een mak lammetje achter hen aan. ,,Hij stond gewoon bij de campingwinkel patat te bestellen’’, roept Jasper verontwaardigd uit. Dick krijgt niets mee van de hele conversatie. Zodra hij zijn pizza shoarma in het oog krijgt, vliegt hij er als een roofvogel op af. Nadat we onze buiken rond hebben gegeten, drinken we nog even stevig door. Om een uur of twee duik ik uiteindelijk mijn nest in. ,,Morgen de eerste dag achter de bar,’’ lach ik de fronsende blikken vriendelijk toe. ,,Ik wil wel enigszins fris aankomen.’’ Ze schudden hun hoofden.

De volgende ochtend ben ik niet fris, maar ik heb geslapen en het luchtbed is droog. ,,Goedemorgen,’’ klinkt het wanneer ik mijn logge lijf de tent uit hijs. De wereld draait voor mijn ogen. ,,Koffie?’’ Dankbaar strek ik mijn arm uit. Dit is zo slecht nog niet.

Wordt vervolgd


Auteur

Redacteur