Laura Mijnders | Volwassen

ZUIDBROEK

,,Kunt aanwijzen waar het precies pijn doet?'' Met een gekromde vinger wijs ik richting mijnonderbuik. De arts begint op verschillende plaatsen te kloppen en duwen. Ze doet mij een beetje denken aan een jonge antilope, hoog op wankele benen. Haar ogen staan zowel angstig als nieuwsgierig. Ik verlang hevig naar een moeder.

,,Ik wil naar huis'', zeg ik tegen mijn man. ,,Met mij valt het echt wel mee.'' We kijken naar de andere patiënten. Hij lacht. De waarheid is dat ik de controle niet wil loslaten. Ik weet dat ik iets zou moeten veranderen. Mijn man knijpt zacht in mijn hand.

,,Op een schaal van 1 tot 10, wat voor cijfer geeft u de pijn?'' Er wordt me een pijnstiller beloofd. Na een uur komt er een verpleegkundige aangesneld. ,,Het is heel erg druk. Kunt u......?'' Ik knik voor ze haar zin kan afmaken. ,,Ik heb gezien hoe druk het is'', zeg ik. Met bed en al worden we in de gang geparkeerd. ,,Sorry'', roept de verpleegster terwijl ze achter een deur verdwijnt.

Na een tijdje wordt er een oudere vrouw met opgezette ogen de gang door gereden. Haar weinige grijze haar staat alle kanten op. De ambulancebroeder heeft het over gordelroos. De zus van de vrouw draaft achter het bed aan. Ze zegt tegen een verpleegster dat het onmogelijk is geworden om haar zusters haren te kammen. Ik lach zachtjes. De gezonde zus pakt een stoel, gaat zitten en vouwt haar handen in haar schoot. Een flinke poos zit ze daar onbewogen, haar mond tot een streep vertrokken, tot een arts het gordijn dicht trekt.

Ik voel dat ik moet plassen. Langzaam beweeg ik mij richting het toilet, het potje dat ik dien te voorzien van een plas, stevig in mijn hand geklemd. Op het toilet ruikt het naar dettol en deurine van oude mensen. Ik moet mijn best doen om niet te kokhalzen. Terwijl ik in het potje probeer te mikken, besef ik mij hoe het moet voelen om volledig afhankelijk te zijn van alles en iedereen, zoals de vrouw met gordelroos. Te oud om te protesteren. Te verward om nog iets te begrijpen.

Ik denk aan al die keren dat mijn moeder mijn oma’s luiers verwisselende, zwaar doordrongen met urine. Als kleuter stond ik er verwonderd naar te kijken. Mijn moeder beet mij met opeengeklemde kaken toe dat hele oude mensen niet altijd meer volwaardig volwassen zijn. Daarna smeerde ze een beschuitje met boter en jam voor zichzelf, zonder haar handen te wassen.

Twee uur later mag ik naar huis, indien ik morgen beloof terug te komen voor een controle. Ik juich inwendig. Wanneer we thuiskomen stopt mijn man mij in, brengt me thee en biscuitjes in een bed vol kruimels. Aarzelend laat ik mijn trots varen en neem het zonder schuldgevoel aan. De kleuter die het altijd zelf wil doen, bleef op de ziekenhuisgang achter.


Auteur

Redacteur