Laura Mijnders | Toevluchtsoord

ZUIDBROEK

De gebroeders Leeuwenhart. Het was de eerste gedachte die bij mij opkwam toen ik in de krant las dat de bibliotheek in Zuidbroek zou gaan sluiten.

De gebroeders Leeuwenhart gaat over twee broers die kort naar elkaar sterven. Ondanks pijnlijke thema’s als ziekte, oorlog en verlies, vond ik het als tienjarige vooral een hoopgevend boek. De belofte van andere werelden, het terugzien van geliefden... Het maakte mij nieuwsgierig naar de wereld en voor het eerst durfde ik kritiek te uiten op de kerkdiensten waar we elke zondag naartoe gesleept werden.

Toen ik het boek moest terugbrengen, voelde ik mij leeg en verslagen. Ik zwoer mijzelf dat ik het boek zou kopen en toen ik dertien was, kocht ik het dan ook van mijn eerste spaargeld, dat ik met klusjes als was opvouwen en grasmaaien had verdiend.

Afijn. Terug naar de mededeling in de krant. Het stukje bestond uit hoogstens vijf regels. Een kader dat verzwolgen werd door andere koppen als ‘Vier mensen vergiftigd door binnenbarbecue’ en ‘Maatregelen rondom Turks Referendum’.

De enige lokale partij die tegen de sluiting had geprotesteerd was het CDA. En daarmee was de zaak zo ongeveer afgedaan. Geen handtekeningenacties, geen gemor, weinig ruchtbaarheid. De bibliotheek zou stilaan ondergebracht worden in een basisschool, waar nog steeds iedereen welkom zou zijn. Een blijvende ontmoetingsplek voor jong en oud!

Ik dacht aan mijn eigen basisschooltijd. Naast het nachtelijke geschreeuw tussen mijn vader en moeder werd ik op school op slechte dagen geconfronteerd met pesterijen. Soms resulteerde dit in blauwe plekken op een arm, maar vooral beschadigde het mijn eigenwaarde. De bibliotheek werd mijn toevluchtsoord, ik was er vrij, kon er ongestoord lezen en ontmoette er mijn eerste vrienden. Rolanda, een dikkig meisje met een ronde bril en Jordy, net zo’n groot liefhebber van Astrid Lindgren als ik. Soms legde een van de bibliothecaressen een hand op onze jonge schouders, of bracht ons een kopje thee. Ze kenden onze namen en onze bijzondere omstandigheden. Ditzelfde toevluchtsoord zou dus nu in een school ondergebracht gaan worden, uitgerekend de plek waar kinderen soms even vandaan willen ontsnappen.

Die week fietste ik elke dag langs de bibliotheek in de Broeckhof. Ik zag vrijwilligers eerder afdruipen, hun schouders meer afhangen, de bibliotheek steeds leger worden. Er verschenen dozen. Er verdwenen mensen. Ik stelde mij al die boeken voor in een schoollokaal of magazijn en schudde mijn hoofd. Niet dat het een slecht initiatief is, echter des te meer stigmatiserend. Iemand zei ooit dat we onze eigen drempels opwerpen. Ik pleit ervoor dat de gemeente realiseert dat we die drempels met elkaar kunnen verlagen door gesprek en debat. Door oprechte betrokkenheid, door afstand (mede veroorzaakt door ingewikkelde vaktermen in zo’n mededeling) te verkleinen. En wilt u dat de inwoners een taal leren begrijpen, zich vaktermen eigen leren maken? Hier is uw antwoord. Des te meer zijn de bibliotheek en hun medewerkers hard nodig.


Auteur

Redacteur