Liefde in bezettingstijd

HOOGEZAND

Morgen is het 72 jaar geleden dat Hoogezand werd bevrijd van de Duitse bezetter. Vanuit Bareveld rukten de Canadese troepen op richting Hoogezand. In de nacht van 12 op 13 april 1945 hoorde men hier in de verte het dreunen van het zware geschut. Vele woningen en zakenpanden werden gestut met stropakken om inslag te voorkomen…

De Duitsers trokken onder andere naar Kolham en daar begon de achtervolging door de Canadezen. Daar kwam het tot gevechten. Vooral Siddeburen, Steendam, Wagenborgen, Appingedam, Weiwerd, Spijk en Delfzijl hebben veel te lijden gehad door het door de Duitsers geboden verzet. Op 13 april was Hoogezand na vijf jaar Duitse bezetting bevrijd!

Hoe verliep die bevrijding, bijv. in het centrum van Hoogezand? Nog steeds duiken er zo nu en dan overal in den lande getuigenissen op uit nalatenschappen van mensen , die de bevrijdingsdagen in Nederland van zeer nabij meemaakten. Zo krijgt de dit jaar 25 jaar bestaande Historische Vereniging Hoogezand–Sappemeer e.o. ook af en toe prachtig en nooit eerder gepubliceerd materiaal toegezonden.

Onlangs kreeg de vereniging een briefwisseling in bezit, geschreven door Jenny van de Beek en haar verloofde Adrie. Bij het opruimen van de spullen na het overlijden van hun moeder en schoonmoeder, Hendrika (Jenny) van de Beek, kwamen Caroline Nugteren en Barry Vos uit Amsterdam, een brief van tien pagina’s tegen, die Jenny op 15 april 1945 vanuit Hoogezand gestuurd heeft naar haar verloofde Adrie in Rotterdam. Het is een ooggetuigeverslag van de bevrijding van Hoogezand, waar Jenny met haar broertje op krachten kwam bij het gezin van politieman Blaauw, in de toenmalige Brugstraat nummer 5, nu Meint Veningastraat 136. Wanneer de situatie zeer onveilig werd, moest Jenny in de schuilkelder van de buurman, kruidenier Bronsema (nu muziekzaak Evelien Novacek), een veilig heenkomen zoeken.

De brief is toentertijd als een gevouwen boekje opgezet en bewaard gebleven. Jenny was in 1945 twintig jaar oud en ze was met haar veel jongere broertje vanwege de honger vertrokken uit Rotterdam en ondergebracht bij de familie Blaauw in de huidige Meint Veningastraat in Hoogezand. Al snel werden Jenny en Titia, de dochter van agent Blaauw, hartsvriendinnen. Het feit, dat er tijdens de hongerwinter kinderuitzendingen vanuit de Randstad naar het noorden werden georganiseerd, doet vermoeden dat Jenny - toentertijd leidster bij de padvinderij- mogelijk als begeleidster is meegegaan met zo’n klein kindertransport per vrachtwagen. Een brief met een ooggetuigeverslag van de gebeurtenissen rond de toenmalige Hoogezandsterbrug bij hotel Faber en tevens een brief, waarin heimwee en groot verlangen van Jenny, om haar allerliefste Adrie -die menig liefdesgedicht naar de toenmalige Brugstraat stuurde- in Rotterdam weer in haar armen te kunnen sluiten …

Door Wim A.H. Rozema


Auteur

Redacteur