My Boy,

HOOGEZAND

‘Lieveling nu! Nu is dat grote ogenblik dan aangebroken : Hoogezand is sinds vrijdag 13 April des namiddags 4 uur Vrij….!!!! Wat een emotievolle dagen hebben we achter de rug. En nog kan je het haast niet geloven. Het is te mooi. Ik kan ook nog niet ten volle blij zijn, omdat ik nog niet zeker weet, hoe Rotterdam er voor staat. En ik ben ook echt een beetje jaloers als ik al die meisjes hier met hun jongens zie lopen. Dan voel ik me zo verlaten. Bah, akelig is dat.

Wim en Titia nemen me wel altijd mee hoor. En ze zijn ook echt hartelijk voor mij, maar ja, jij bent ook niet te vervangen. Ik ga iedere dag naar je uitkijken hoor! En als je niet gauw komt ga ik er met een Schot of Canadees vandoor. Dus je weet wat je te wachten staat. Jongen wat is dit een heel ander soort volk als die lelijke rotmoffen! Ze zijn net zo rustig en gemoedelijk. En ook veel beschaafder. En zo fijn uitgerust. En echt sportief gekleed. Ze dragen geen tuniek maar een windjack en een alpino.

Nu zal ik je eerst eens vertellen hoe alles gegaan is, want ik weet anders toch niet, wat ik het eerste moet vertellen. We zaten al sinds twee weken in spanning, kan je wel zeggen. Dan was dit gevallen en dan dat, dan zou er weer munitie onder de brug komen en zo was het iedere dag wat, tot ze al nader en nader kwamen. Tot verleden week Woensdagavond toen kwam ik bij Hans vandaan en toen waren er een stel Duitsche officieren de koppen van een stel kleine bommetjes af aan het slaan.

Donderdags nog niks gebeurd maar wel alles ingepakt, wat maar enigszins bruikbaar was spiegels, schilderijtjes, alles van de muren, de ruiten voor eruit en verder alles open. Dedeuren stonden allemaal vast op klossen, het was net een verhuizing. Ook koffers gepakt voor een eventuele vlucht. Donderdags waren ze in Assen en Vrijdag was het officieel gevallen.

Vrijdagmorgen was het nog tamelijk rustig, maar er stonden wel een paar Duitschers meer bij de brug als anders en de munitie was er onder en alles onderling verbonden. Ze hadden het maar voor het aansteken. Naarmate het later werd, werd het steeds onrustiger, dan kwam er één binnen zeilen met de tijding nu kan ie ieder ogenblik gaan en dan weer één hij gaat om 2 uur de lucht in. Diegene was er echter het dichtst bij want het zal zo half 2 geweest zijn, toen Andries en Gerard er aan kwamen : ,,Gauw! Moe, Henkie, Jenny… in de schuilkelder bij Bronsema! Hij kan zo gaan! Wij in vliegende haast (ik wou net af gaan wassen en Jantje was nog boven bezig) naar Bronsema. Die hebben een hele goeie kelder onder de achterkant van het huis. We hebben daar nog ongeveer een half uurtje gezeten, toen ineens een vreselijke knal, gerinkel van glas… en wij naar buiten. En wat denk je? Hij was aan één kant maar een beetje stuk en het moest nog eens. Wij keken net zo lang tot ze eraf gingen, dan schreeuwden ze…,,Loos…!” en dan wij ook op een draf naar de kelder en dan even daarna weer… Boem!!!

Tot zes keer toe zeg. Hoe vind je zoiets… en het is heus geen Maasbrug hoor. Daar is deze Klein Duimpje bij. Toen was dat goed en wel achter de rug en we waren net in huis een beetje naar de schade te kijken, die gelukkig heel erg meegevallen is en toen stond ik net even in de voordeur… komt er een vriend van Andries aan en die zegt : ,,De Canadezen zitten in Foxhol!” (Dat is hier nog geen half uur vandaan…). Ik keek hem net aan of hij gek was, ik zei nog : ,,Joh, ga weg, dat kan niet”. Enfin, hij gaat die kant op en ik wil het binnen gaan vertellen en ineens ging alles weer naar de kelder rennen en ze vroegen mij nog waar Andries, Wim en Gerard waren en ik ga ijskoud nog naar de trap roepen, dat de jongens naar beneden moesten komen in de kelder.

Daarna wil ik achter door de tuin er ook naar toe rennen en wat denk je, ik keek zo door zo’n zijgang en daar ging er al één voorbij en schieten op de overkant, dat het een lust was, want daar moesten die Duitsers nog zitten, die de brug opgeblazen hadden. Er kwamen er drie die eerste keer, tanks waren het. Maar ze gingen ook weerom. Het waren vooruitgeschoven verkenningstroepen. Doch misschien een half uur daarna kwamen er al meer. Bloemen, oranje en vlaggen erop. God, Adrie, wil je wel geloven dat het net een droom is. Het waren allemaal Canadezen. Flinke bruine kerels met gitzwart haar. Er is hier verder geen schot gevallen en alles is vol vreugde. Om Groningen zelf (stad) moet nogal flink gevochten zijn, maar men beweert nu, dat het ook vrij is en al verschillende plaatsen er omheen ook. Waar Tonny is ook hoor, want dat ligt zuidelijk van Groningen.

De Burgemeester (N.S.B.-er) hadden ze al ras te pakken en er zijn nu bij elkaar al een kleine honderd uit de omtrek opgehaald. De ondergrondsche, met de oude burgemeester van Hoogezand aan het hoofd, heeft de leiding. Er zijn gisteren al publicaties uitgevaardigd met het oog op de rust enzovoorts. Ik kon alleen maar niet blij zijn. Ik moest er maar steeds aan denken, dat jullie nog in Duitsche handen waren en dat er misschien hard gevochten werd enzo. Toen kwam Blaauw ’s middags met de tijding Rotterdam en Amsterdam waren ook bevrijd en je doet dan niets liever als geloven, maar na een ogenblik komt de twijfel weer boven en zit je weer in de put. Zaterdagmorgen werd het mij werkelijk te machtig en heb ik mij boven eens flink uitgehuild. Vrijdagavond was Wim al van streek geweest en

Zaterdagavond kreeg Titia het te kwaad, want Wim wilde ook bij de Burgerwacht, maar ze was bang, dat die Duitsers nog eens terug zouden komen. En zo krijg je allemaal je portie. Het is nu op straat nog steeds een vreselijke drukte. Er wordt volop gevlagd. Alles loopt met Oranje en niemand, die aan werken denkt, er liggen vlak voor ons huis 3 schepen naast elkaar in ’t diep en daarover is een noodbrug gemaakt. Direct vrijdag al. Er rijden weer heel veel luxe wagens en motoren en alles op benzine. Je snapt niet, waar het zo snel vandaan komt.

Maar het is er en dat is hoofdzaak. Wim en Andries zijn ook bij de Burgerwacht. Ze moeten daarvoor ook een eed afleggen. Andries is Ordonnans en Wim is Wacht, bij de N.S.B.-ers. Er zijn hier ook een paar jonge meisjes in de ondergrondse. Er zijn hier daarstraks Schotten aangekomen en die zeggen dat Rotterdam in handen van de Ondergrondse is. Ik hoop toch zo, dat het waar is en dat alles net zo goed verloopt als het hier gegaan is. Dan kan ik pas oprecht blij zijn als ik dat zeker weet. En dat zal ik pas geloven als ik jou met m’n eigen ogen zie en je in mijn armen kan sluiten. Vertrek zo gauw mogelijk, want ik kan nu niet meer geduldig zijn.

Ik verlang zo vreselijk naar je! Dat kan ik je niet schrijven. Ik weet, dat het absoluut onzin is, maar als er gebeld wordt staat mijn hart stil. Lieveling : ik wacht je. Nu nog maar even dan zijn we weer herenigd in ….. BEVRIJD NEDERLAND !

Good Luck, Your Girl, Jenny.

(P.S.) Ik ben daar straks naar het politiebureau geweest en zag in de rommelkamer een paar kistjes (schoenen) staan. Ik heb net zo lang gezeurd tot ik ze had. Ze passen precies met dikke sokken en ze zijn in goede staat. Dag Lieveling, een kus van je Jenny!’

Publicatie geschiedt in volle overeenstemming met de familie Nugteren / Vos. Fotografie : Archief Historische Vereniging Hoogezand – Sappemeer e.o. Archief familie Nugteren / Vos Amsterdam Archief familie Bronsema Hoogezand. Collectie K.G. Bosma, Hoogezand. Collectie J. Hessing-Alberts Gemeentearchief Hoogezand – Sappemeer. Idee en Redaktie : Wim A.H. Rozema-HVHS. www.historische-vereniging- hs.nl email : histverhosap@gmail.com


Auteur

Redacteur