Laura Mijnders | Lezing (1)

ZUIDBROEK

Ik keek naar de collega die naast mij zat. Ik wist een paar dingen zeker. Psychiater, de oudste van ons team, draagt graag zwarte tweedjasjes en is een groot bluesliefhebber.

Jarenlang had er een soort glazen plafond tussen psychiaters en mij in gezeten. We waren niet in staat echt met elkaar te praten, als gevangenen zaten we elk aan onze eigen kant van het glas. Ik had altijd tegen ze op gekeken. Ze hadden een universitaire studie afgerond, een goed salaris, met vaak een koophuis en met een beetje mazzel, een lieve echtgenoot. Het was nooit in mij opgekomen dat ook psychiaters kunnen lijden, hun eigen demonen bevechten, sterker nog; dat we ooit collega’s zouden zijn.

Tegenover ons zit een man bij het raam te bellen. Ik hoor iets over een advocaat, een enkelband en verlof. Het is een lange, gezette man van een jaar of vijftig, met zware wenkbrauwen en een litteken op zijn kin. De treinmachinist roept om dat we vaart moeten minderen. Krakend klinkt er een stem uit de luidsprekers:,,We hebben een melding binnengekregen van de politie, er zou een persoon op of naast het spoor gesignaleerd zijn. Op dit moment wordt er gekeken waar hij zich bevindt.”

Mijn collega en ik kijken elkaar kort aan. Bij wijze van grap vraag ik hardop: ,,Zijn er ook psychiaters aanwezig?”

Mijn collega lacht, de man tegenover ons bromt kort ’ja’. Hij is opgehouden met bellen. ,,Ah, u zit ook in het vak,” vraagt mijn collega hem. ,,Ik ben psychiater in het gevangeniswezen. Gelukkig is dit mijn laatste dag.”

,,Gaat u met pensioen?”

,,Nee, zo oud ben ik nog niet! Ik ga naar Polen, met armoedebestrijding bezig. Daarna schrijf ik wellicht nog wat boeken."

Ik trek mijn wenkbrauwen op. ,,Mag ik vragen hoe u zo bij Polen uit bent gekomen?"

,,Mijn vader heeft er al heel veel voor de armoedebestrijding gedaan. Bovendien is het werk dat ik nu doe, onhoudbaar geworden. De druk ligt hoog, ze vragen tegenwoordig zelfs of je als psychiater per mail een gevangene kunt beoordelen. Hoe kun je nu iemand beoordelen per mail? Hoe beoordeel je iemand die niet eens dezelfde taal spreekt als jij?"

Hij zucht, zijn ogen op de grond gericht. Het gesprek valt stil. Ik denk aan al die overbevolkte gevangenissen in Amerika, de paniek schiet door mij heen. Is dit waar we in Nederland ook langzaam op af stevenen?

,,Ik vind het bewonderenswaardig dat u ervoor kiest om uw leven over een andere boeg te gooien."

,,Tja." Hij buigt zijn hoofd. Als het één ding is dat ik geleerd heb nu ik ouder ben, is dat je het nu moet doen. Zijn telefoon klinkt opnieuw. Hij kijkt op het schermpje. ,,Deze moet ik privé opnemen." Hij loopt met grote passen richting het tussenstuk van de trein, zijn aktetas stevig onder zijn arm geklemd, mijn collega en ik in een doodstille coupé achterlatend.

Door Laura Mijnders


Auteur

Redacteur