Lula

HOOGEZAND

Voor aflevering zesentwintig van onze rubriek Vroeger en Nu zijn we neergestreken op een karakteristieke plek aan de zuidrand van onze gemeente: achter ons de Veendammerweg, links van ons de boerderij Van Calker (oorspronkelijk uit 1758), daar achter de Kielsterachterweg, rechts Veendam en vóór ons Lula, met noordelijk daarvan de Kalkwijk.

Het ontstaan van het dorpje Lula hangt samen met het begin van de turfwinning in dit deel van de Veenkoloniën. De Friesche Compagnie begon in de zeventiende eeuw met de aanleg van de Kalkwijk. In de venen werkten arbeiders uit vele windstreken. In Lula waren dat voor een groot deel Zwitserse Doopsgezinden, die hun eigen land ontvlucht waren. In de Beknopte Aardrijks- en Geschiedkundige beschrijving der provincie Groningen door Hendrikus Kremer, Schoolonderwijzer te Finsterwold en uitgegeven in 1819 lezen we : ‘De Kiel, Windeweer en Lula liggen aan twee gegravene vaarten, welke evenwijdig van het Hoogezand zuidwaarts naar en door dit kerspel loopen. Lula ligt min of meer 20 minuten van de kerk te Windeweer. Deze gemeente wordt verkeerdelijk de gemeente van de Kiel genoemd; want de Kiel behoort ter kerk te Hoogezand. Uit het hoofddiep van de Kiel schieten gedurig wijken of smallere vaarten op, over welke aan de oostzijde zware posten ten dienste der voetgangers en aan de westzijde losse bruggetjes of batten voor de rijtuigen liggen. De Kiel-Kompagnie werd in 1637 en Windeweer en Lula in 1647 aangelegd : in 1756 bekwam deze thans welbebouwde en volkrijke plaats eene kerk met een klein torentje daarop en er is te Lula eene school. Zoo herscheppen vlijt, schranderheid, winzucht en volharding woestijnen en moerassen in vruchtbare landouwen.’

Zoals bovenstaand al vermeld, woonden en werkten in dit gebied vele doopsgezinden. Professor H.J. Keuning zegt daarover in zijn proefschrift De Groninger Veenkoloniën: ‘De oudste Doopsgezinde Gemeente was wel die van Sappemeer. Onder de immigranten, die in de eerste helft van de 17de eeuw naar dit gebied kwamen, waren vele Doopsgezinden, vooral uit de stad en uit Friesland. Het percentage doopsgezinden in Hoogezand en Sappemeer bedroeg toen 15.’ Zowel in hun geloofsbeleving als in hun levensstijl en uiterlijk waren de Zwitserse doopsgezinden opvallende personen. De mannen droegen lange baarden, aan hun kleding hadden zij haken en ogen in plaats van de als luxe beschouwde knopen. Vrouwen droegen lange tijd geen gouden of zilveren sieraden. Ook hun woningen vielen op door eenvoud, zowel aan de buitenkant als wat betreft de inrichting. De eenvoud die hun woningen kenmerkte, was ook terug te vinden in de inrichting van hun kerkgebouw. Men had daarin geen preekstoel: de mannen zaten, als het koud was, bij het vuur, de vrouwen in het midden van het vertrek op stoelen. De leraar stond aan het einde, vóór of achter een stoel en voerde het woord.

Voor opmerkingen of aanvullingen mailt u naar : histverhosap@gmail.com

Meer over de historie van onze gemeente vindt u op: www.gemeentearchief.hoogezand-sappemeer.nl/ en www.historische-vereniging- hs.nl


Auteur

Redacteur