Laura Mijnders | Saai

ZUIDBROEK

Geen beet gezien vanavond. Terwijl ik mijn hengel ophaal, rijdt er een enorme vrachtwagen met een aanhanger vol kermisattracties achter ons visplekje langs. Het lukt hem nauwelijks om de draai te maken. Hij trapt op de rem, rijdt een aantal keren achteruit en weer vooruit. Een ongeduldige automobilist toetert verontwaardigd. Ik pluk de maden van mijn haakje af, gooi ze ontmoedigd in het havenwater. Het hele dorp staat vanaf vanavond vijf dagen lang op zijn kop. Ik vraag mij af of de vissen het soms weten, ze bewust elders onderduiken.

,,Drink je wel eens port?” Bij thuiskomst vragen mijn buren, – die normaal gesproken geen voet buiten de deur zetten –, of ik vanavond met hen mee ga. Ze hebben zich speciaal voor de gelegenheid opgedoft. De buurvrouw draagt een shirt met daarop in glitter de letters ‘hardcore for life’. Ze heeft haar haren strak achterover gekamd. De buurman draagt zijn favoriete blauwe petje.

Daar staan ze dan, dolenthousiast in mijn achtertuin te wezen. ,,Port?” Ik trek mijn wenkbrauwen op. Ik werp geïrriteerd een blik op hun overwoekerde tuin, krab aan een muggenbult op mijn knie. In mijn optiek is port iets vaags wat voorbehouden blijft aan restaurants die kaasplankjes serveren als nagerecht. Maar dat zeg ik hen niet. In plaats daarvan schud ik beleefd mijn hoofd. ,,Vanavond niet jongens.”

,,Morgen dan?”

,,Misschien.” Ik keer ze mijn rug toe, stap zelfverzekerd de drempel over naar binnen toe.

In ons kleine keukentje schil ik de wortels voor het avondeten. Gedachteloos snijd ik ze in dunne plakken. Ik mik een kipburger in de pan, kijk hoe de korst zwarte korrels aflaat in de bruin geblakerde boter. Voor de televisie eten we met het bord op schoot onze maaltijd op. We kauwen zonder een woord te wisselen, kijken naar een of ander onzinnig programma over verzamelwoede. Op een gegeven moment verstoord een reclame over vaginale schimmel onze ingespannen blik op het scherm, waarna ik de televisie uitzet. ,,Vind jij ons saai,” vraag ik.

,,Hoezo?”

,,Nou ja. Gewoon. We gaan nooit uit, de tuin is altijd netjes, we eten bijtijds......Huisje, boompje, beestje enzo.”

,,Had je het liever anders gezien?”

,,Nee natuurlijk niet.”

Ik prak de aardappelen op mijn bord tot moes, schuif de kipburger ongemakkelijk heen en weer. ,,Ik weet niet. De buren vroegen vandaag....Ik dacht.....Moeten wij misschien ook?”

Mijn man lacht. ,,En dan? Vindt je dat nu echt leuk? De hele avond in zo’n propvolle tent.” Ik denk even na. Schudt dan lachend mijn hoofd.

Na het eten scharrel ik wat rond in de tuin. Ik probeer de harde muziek uit de feesttent verderop te negeren, maar dat blijkt een onmogelijke opgave. Ik sprokkel wat oud schuttinghout bij elkaar, stapel het op in de vuurschaal en steek het in de fik. Daar, luisterend naar alle geluiden, – het gratis kikkerconcert, de krekels en de zware basklanken vanuit de feesttent verderop – besef ik het ineens. Ons leven, de dingen hier, zijn spannend genoeg.


Auteur

Redacteur