Column Laura Mijnders | Vrijgevig

ZUIDBROEK-

De jongen schotelt de buschauffeur een verhaal voor over een stervende oma, geen geld en een slechte nacht. Of hij alsjeblieft mee mag, zodat hij haar kan opzoeken. Hij kijkt de buschauffeur lang en zielig aan. Wij, de toeschouwers, zien een klein, opgeschoten pubertje met verwarde haren en een petje op. Alles behalve geloofwaardig. Ik kijk de jongen aan. Gok op een drugsverslaving. Tot mijn verbazing laat de chauffeur hem wel gewoon instappen. Misschien uit medelijden, misschien omdat hij geen zin heeft in een discussie en gewoon door wil rijden. In beide gevallen is het de jongen om het even. Opgelucht neemt hij plaats. Mensen kunnen wanneer ze dit eenmaal beslissen, blijven verrassen. Tijdens de busrit denk ik over mijn eigen beslissingen na.

Voordat ik ziek werd en 56% afgekeurd raakte, had ik een goede baan van veertig uur. Ik kocht een auto, ging wekelijks uit eten, elke avond naar de kroeg. Over zaken als voedselverspilling, afval scheiden en compassie voor je medemens dacht ik niet na. Het liefst wilde ik zo min mogelijk met anderen te maken hebben in mijn vrije tijd. Ik werkte fulltime en had daarmee het recht op een onbekommerd vrij leven toch zeker wel verdiend? De rest moest het zelf maar uitzoeken.

Sinds enkele maanden zijn we echter (opnieuw) afhankelijk van de bijstand. De paar uren die ik de psychiatrie werk, worden aangevuld. De vergoedingen voor vrijwilligerswerk worden meegeteld als inkomen. We betalen de rekeningen, mijn reiskosten naar Lentis en daarmee houdt het vrijwel op. Voor de boodschappen moeten we soms geld lenen van vrienden. En hoewel het stressvol is, merk ik tot mijn verbazing dat we niet heel ongelukkig zijn. Dat we evenals de buschauffeur, beslissingen durven te maken die een ander verrassen, zonder hiervoor iets terug te vragen. Zo deel ik inmiddels wekelijks groenten (die we niet op krijgen) uit aan wildvreemden en begon ik enkele weken geleden met de helft van mijn boeken een bibliotheek in een van de wachtkamers van Lentis. Ik vermoed dat het voor mij en vele anderen zo zit; wanneer je minder hebt (aan bezittingen en financiën), heb je ook minder om kwijt te raken. Voor mij werd het vrij snel logisch dat we het weinige dat we hebben, delen met de mensen om ons heen. Eerder had ik krampachtig vastgehouden aan alles dat ik bezat. Elke verhuizing weer sjouwde ik een scala van onnodige zaken mijn nieuwe leven in. Nu kijk ik steeds vaker mijn huis rond en denk ik, och, heb ik dit nu echt allemaal nodig? Wat meer ruimte zou hier misstaan. Het voelt enorm bevrijdend. Het kunnen loslaten van al die materiële zaken die uiteindelijk weinig toevoegen aan je leven.

Natuurlijk is het handig om een beetje geld te hebben. Vrienden van mij zeggen vaak; 'het huilt makkelijker in een villa dan in een huurhuis'. Maar ergens in 'dat minder hebben' ligt de werkelijke vrijheid. Een bescheiden sleutel tot geluk.


Auteur

Redacteur