Groninger Museum | Een plafond ontrafeld

GRONINGEN

In de Gouden Eeuw stond de stad Groningen vol met prachtige stadspaleizen; een mooi voorbeeld hiervan is het Huis met de Dertien Tempels aan de Oude Boteringestraat 23. Inmiddels staat het huis bekend als collegezaal van de Rijksuniversiteit Groningen; honderden studenten stappen dagelijks het Huis met de Dertien Tempels binnen, zonder weet te hebben van zijn geschiedenis. Het huis werd namelijk eeuwenlang bewoond door de meest vooraanstaande families, zoals Clant, Horenken en Coenders.

De unieke naam dankt het huis aan de dertien pinakels (tempels op zijn Gronings) op de voorgevel. In 1706 werd het pand gekocht door het echtpaar Theodorus van Brunsvelt (1672-1734) en Margaretha Emmius (1667-1738). Zij verbouwden het huis in zijn geheel, naar de mode van de zeventiende eeuw. Met deze verbouwing kwam er echter een einde aan de dertien tempels.

Hermannus Collenius

[caption id="attachment_37728" align="alignright" width="145"] Hermannus Collenius, Cloelia pleit voor haar metgezellinnen, 1711. Foto: John Stoel[/caption] Tijdens de verbouwing werd een beroep gedaan op de toen bekendste schilder van Groningen, Hermannus Collenius (1650 – 1723). Hij beschilderde een volledige kamer met zes wandpanelen, twee bovendeurstukken, een schoorsteenstuk en een plafond met fraaie voorstellingen uit de klassieke mythologie uit Ab Urbe Condita (‘Vanaf de stichting van de stad’), geschreven door historicus Livius en de Aeneis door de klassieke dichter Vergillius. Beide boeken gaan over het Romeinse Rijk en werden in zowel de Klassieke Oudheid als de Renaissance gebruikt om morele deugden als plichtbesef, dapperheid en waardigheid, te propageren. Opvallend is dat in alle schilderingen de vrouw een hoofdrol speelt. De wandpanelen laten verschillende verhalen zien uit de Romeinse geschiedenis en de bovendeurstukken laten de situatie van vóór en na de verbouwing zien. Het plafond en het schoorsteenstuk is echter een ander verhaal.

Plafond van 22 planken

Het prachtige plafond van 22 planken is de enige van alle schilderingen waar geen verhaal of betekenis aan wordt ontleend. Op het plafond is een voorstelling te zien waarbij een vrouw een andere vrouw verwelkomt in de hemel. Na enig onderzoek naar de aanwezige figuren op het plafond, blijkt dat het hier gaat om het mythische verhaal van Aeneas en Dido. Aeneas, de voorvader van het Romeinse Rijk, vlucht met de Troianen naar Carthago, aan de Noord-Afrikaanse kust. Hier wordt hij verwelkomd door koningin Dido en tijdens een jachtpartij bekennen zij elkaar de liefde. Aeneas wordt er echter aan herinnerd, door god Jupiter, dat het zijn lotsbestemming is om het Romeinse Rijk te stichten. Hij neemt afscheid van Dido en laat haar gebroken achter. Als hij vertrokken is, besluit ze niet meer te kunnen leven; ze steekt zichzelf neer en laat zich vervolgens verbranden op de brandstapel. Godin Juno zendt Godin Iris, de godin van de regenboog en boodschapper van de Goden, om Dido haar geest te bevrijden en haar te verheffen tot de Godenwereld. Dit moment is te zien op het plafond van Collenius.

Schilderingen ontmanteld

In 1756 is het huis opnieuw verbouwd, zo ook de schouw in de Collenius kamer. Hiermee verdween het schoorsteenstuk uit de kamer. Het huis heeft sindsdien nog vele eigenaren gekend. De schilderingen van de Collenius kamer werden in 1908 ontmanteld en verkocht aan de Verenigde Staten. In 1997 vond een deel van hun schilderingen hun weg terug naar Groningen toen het Groninger Museum dankzij de Vereniging Rembrandt een deel terugkocht. De Collenius kamer was een kamer om mee te pronken en liet zien hoe het echtpaar Van Brunsvelt zichzelf graag representeerde. Door de ontrafeling van het plafond vormt de kamer één geheel en is het een prachtige uiting van de Gouden Eeuw in Groningen. Dit geheel is tijdens de tentoonstelling 'Rijk in Groningen – Borgen en Stadspaleizen 1600-1800' tot en met 12 november te zien in het Groninger Museum.
Auteur: Iris van Olst, Geschiedenisdocent en masterstudent educatief en geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Auteur

Marc Jansen