Column Laura Mijnders | Wachten

ZUIDBROEK-

Wat mij niet helemaal duidelijk was, is dat de Meint Veningastraat half Hoogezand beslaat.

Ik werk een vluchtige blik op mijn telefoon. Ik moet om twintig voor acht in hotel Faber zijn. Het is nu vijf over half acht en Google maps geeft aan dat het nog zo’n zestien minuten lopen is. Ik vloek.

Op een drafje begin ik de straat af te lopen. Het is grappig wat je tijdens zo’n wandeling allemaal in één straat tegen het lijf kunt lopen. Hoogezand laat het mij duidelijk zien; in elke vorm van chaos en lulligheid schuilt ook een bepaalde vorm van samenhang.

Het eerste dat zich aan mij opdringt is een dierenspeciaalzaak. Iets verderop in de straat een luidruchtige coffeeshop en daar weer tegenover (ironisch genoeg) een gebouw van Verslavingszorg Noord Nederland. Naast het gebouw van de Verslavingszorg, een kapper, een apotheek en drie huisartsen. Wat moet Hoogezand met drie, nee, wacht……..vier verschillende huisartsen naast elkaar? Zijn er in dit dorp dan zoveel mensen ziek? Of wilden deze huisartsen tijdens de pauzes hun middelvingers naar elkaar kunnen opsteken? Elke zaak lijkt hier op iets te wachten. Ik begin te zweten van het snelle lopen, rits mijn jas los. Aan mijn rechterhand bevindt zich nu een zaak met in de etalage versierde taarten, bekleed met felle kleuren en patronen. Het liefst zou ik een tijdje door de etalage willen turen. Het talent om losse ingrediënten te scheppen tot één smaakvol geheel, het intrigeert me.

In de verte zie ik hotel Faber opdoemen. Ik hoef alleen de straat nog maar over te steken. Iets in mij wil zich omdraaien en teruglopen. Ik negeer het.

Het hotel is opgesplitst in twee zalen. In één van de zalen zie ik een microfoon staan. Om een ronde tafel bij de ingang hebben zich een aantal bekenden verzameld. Ik vraag ze hoe het gaat, schudt handen, bekijk de opkomst. Na een tijdje wordt de eerste dichter aangekondigd.

Vanuit de stoel waar ik zit, kan ik recht in de flatwoningen tegenover het hotel kijken. Het zijn van die typische bejaardenwoningen. Hoe je ze herkent? Op de één of andere manier hebben de bejaarden in Groningen ’s avonds hun licht vol aan en de gordijnen wijd open. Alsof ze willen dat je ze ziet. Alsof alles, zelfs een potentiele inbreker, welkom is. Zolang het wachten maar wordt verdreven.

Na een tijdje zie ik op bovenste verdieping een oudere man staan. Hij lijkt recht de zaal in te kijken. Niemand uit de zaal lijkt hem op te merken. Hij staart naar binnen. Prutst wat aan zijn bretels. Daarna bukt hij, staat weer op, doet dit nog eens en loopt dan weg. Na twee minuten zie ik hem weer voor het raam staan. Hij kijkt en kijkt. Na een tijdje steek ik mijn hand op. Ik gebaar hem hier heen te komen. Hij schudt zijn hoofd. Zwaait. Knipt dan het licht uit. Hij wacht verder in het donker.


Auteur

Redacteur