Laura Dijkstra | Harmonie

ZUIDBROEK

Ik kijk op mijn horloge. Nog vijf minuten. Ik betreed het gebouw aan de Sint Jansstraat geruisloos, de plastic tas met daarin mijn map met aantekeningen in mijn hand geklemd. Een van de gastdames wijst mij glimlachend richting een ruimte met een piano.

De meeste mensen zijn er al. Ik hang mijn jas onhandig over een stoel, mij pijnlijk bewust van al die nieuwsgierige ogen die mijn kant opkijken. Met trillende handen schenk ik mijzelf een kop koffie in.

Lilian Zielstra, organisator van deze middag, heet ons welkom. De bedoeling is dat we tijdens deze projectmiddag met verschillende ouderen in gesprek gaan en aan de hand van dat gesprek een gedicht schrijven.

Mijn man zegt vaak dat ik voor een schrijver opvallend slecht ben met woorden. Zodra ik met mensen in gesprek raak, komt het er allemaal maar onhandig uit. Ik struikel over mijn woorden alsof ik dronken ben, stotter alsof ik haast heb. Dat is ook de reden dat ik ben gaan schrijven. Mijn hoofd gaat vaak sneller dan de woorden naar mijn mond kunnen reizen. Met schrijven is het anders. Al mijn overpeinzingen raken in harmonie met het papier. Woorden en gedachten reizen tegelijkertijd, komen op hetzelfde moment aan. Ontmoetingen vrees ik.

Een oudere vrouw met een ondeugende glans in haar ogen, geeft mij een por in mijn zij. Ze ruikt naar ontsmettingsmiddel en parfum. ,,Waar denk je allemaal aan meisje?’’

Geschrokken kijk ik op. ,,Sorry, ik droomde even weg. Dat heb ik wel vaker. Ik had mij geloof ik nog niet eens aan u voorgesteld.’’

Ik steek mijn hand naar de vrouw uit. Haar begroeting is warm en zacht. Ondanks de nodige irritaties in het verkeer en de supermarkt, heb ik heel veel ontzag voor de ouderen in onze samenleving. Altijd ben ik bang dat er eentje – bijvoorbeeld op zo’n middag als deze – dwars door mij heen zal kijken en zal vragen; ‘maar wie ben jij, wat weet jij nu eigenlijk, buiten je schrijven, hobby’s en werk om?’

Gelukkig doet deze vrouw dat niet. Ze vertelt over de pijnlijke stiltes die er altijd vallen wanneer ze aan anderen vertelt dat ze geen kinderen heeft. Vaak is het dan uit met de gesprekken. ,,Het is vaak het eerste wat ze je vragen’’, lacht ze. ,,Maar ik ben niet eenzaam hoor. Het leven is gewoon zo gelopen. Ik heb geen spijt.’’

Ik vertel haar dat ik diezelfde pijnlijke stiltes herken. Ze glimlacht kort, vol trots, pakt mijn handen en zegt; ,,Ik ben blij dat jonge vrouwen als jij het begrijpen.’’ Ik wil haar in mijn armen nemen, zeggen dat het goed komt, maar glimlach in plaats daarvan terug.

Het is vreemd hoe gemakkelijk we dingen aan een ander toevertrouwen. Alsof dat gemakkelijker gaat dan het bespreken van pijnlijke momenten met onze geliefden.

Wanneer we afscheid nemen, knikken we kort naar elkaar. We hebben deze middag samen een afstand afgelegd. Onze woorden rusten hier in harmonie.


Auteur

Redacteur