Vroeger en Nu | Zwaantjeskerk

SAPPEMEER

Aan het prille begin van het nieuwe jaar en de start van een nieuwe gemeente, staan we voor aflevering vierenveertig van onze rubriek Vroeger en Nu met onze camera op een aloude plek op de Noorderstraat in Sappemeer. Een stukje westelijk van ons de supermarkt, voorheen het bekende Hotel Struvé, waar vele culturele verenigingen hun jaarlijkse uitvoeringen gaven.

Vroeger lag hier de Kleinemeersterbrug en kon je het Winschoterdiep oversteken naar de toenmalige Zuiderstraat. Schuin tegenover het voormalige gemeentehuis van de in 1949 opgeheven gemeente Sappemeer, oostelijk van de camera, stond daar aan de Zuiderstraat - zoals te zien op de plaat uit ongeveer 1920 - verscholen tussen de bomen, de Lutherse kerk, ongeveer halverwege de Wilhelminastraat (aangelegd tijdens het einde van de negentiende eeuw) en de Lutherse Kerkstraat (aangelegd rond1930). De Lutherse kerk werd ook wel ‘Zwaantjeskerk’ genoemd, naar de zwaan, die boven de ingang van de kerk was gemetseld.

Na afbraak van de kerk in 1932 is deze zwaan verhuisd naar de Lutherse kerk in Wildervank. We kunnen een afbeelding van deze zwaan nu ook nog terugvinden op het kerkhof van de tegenover gelegen Koepelkerk. Sinds 1999 staat daar een grafsteen van de Lutherse dominee Hermannus Wischer en zijn vrouw en dochtertje. Deze dominee werd in 1722 in Sappemeer beroepen en hij was gedurende vijftig jaar predikant in de Zwaantjeskerk. Onder de preekstoel van de Zwaantjeskerk was de oorspronkelijke laatste rustplaats van Wischer met vrouw en dochter. Hun gebeenten zijn na de afbraak van de kerk overgebracht naar het kerkhof bij de Koepelkerk. Drs. Th. A. Fafié schrijft in zijn brochure over dominee Wischer : ‘De Lutherse gemeente van Sappemeer vormde de kleinste Lutherse gemeente in de provincie Groningen. Wildervank en Winschoterzijl waren wel drie keer zo groot. Toen genoemde dominee Wischer in 1722 in Sappemeer arriveerde telde zijn gemeente 50 lidmaten, twintig jaar later waren het er 72. De financiële positie van de Zwaantjeskerk te Sappemeer was heel zwak : men moest naast het salaris van de predikant, 150 gulden per jaar, ook de aflossing en de rente van de schulden opbrengen, die door het bouwen van het kerkje waren veroorzaakt. Voorts was er het voortdurende en noodzakelijke onderhoud aan kerk en pastorie, vooral als zware stormen hun verwoestende werk hadden gedaan. Ook zag men zich geroepen arme lidmaten en ouderloze kinderen te onderhouden. En zo waren in 1737 de schulden van 400 gulden gestegen tot ongeveer 1200 gulden. Toen in 1740 het gewest Sappemeer ook nog eens werd getroffen door een misoogst, vertrokken vele Lutheranen naar Wildervank’.

Voor opmerkingen of aanvullingen mailt u naar : histverhosap@gmail.com


Auteur

Redacteur