De Vreemde Eend: Mocca

MARTENSHOEK

De Vreemde Eend is een rubriek over bijzondere dieren, vaak met een bijzonder verhaal. En soms is vooral het baasje erg bijzonder.

In deze allerlaatste De Vreemde Eend sluit ik persoonlijk af met het dier dat mij inspireerde tot deze rubriek: mijn driejarige hond Mocca. Door haar heb ik in weilanden mogen staan bij Schoonebeker- en Suffolkschapen, luisterde ik aan de keukentafel naar verhalen over speurhond James en zorgkat Nyca, maakte ik kennis met indrukwekkende wolfhonden en stond ik als oud-Pennymeisje weer met regelmaat in een paardenstal. ‘Moccalientje’ is een raszuiver Surinaams asbakje. Haar vader is hoogstwaarschijnlijk een atletische straathond met een hoog libido die over het hek bij haar moeder is gesprongen. Samen met een zusje trof ik haar in een doos onder de arm van een jongeman. Zijn buurman had voor de zoveelste keer een ongewenst nestje en wilde daar vanaf. Met haar stevige poten, half geopende ogen en fantastische aftekeningen, fantaseerde ik dat er Rottweiler- of Pitbullbloed in zat. Zonder aarzelen nam ik haar mee naar huis in Paramaribo. Mijn man is gek op stevig gebouwde honden en dus kostte het weinig moeite hem te overtuigen deze superstoere pup te houden. Inmiddels ziet ze er behalve haar mooie aftekeningen uit als elke andere straathond in Suriname: een terriër met lange dunne poten en een kleine kop. Een echt straatratje. In Paramaribo, waar veel honden een erf bewaken en hier ook niet van afkomen, was niet zozeer Mocca als wel haar baasje de vreemde eend. Twee weken lang heb ik ’s nachts in pyjama “Goed zo Mocca! Braaaaaaf!” gescandeerd wanneer er op het gras een plasje werd gepleegd of een drol werd gelegd. Ook het feit dat ik op zondagmiddag regelmatig een hond op de bijrijder stoel had zitten, heeft aardig wat reacties losgemaakt. Nu ze sinds anderhalf jaar samen met ons in het hoge noorden woont, pas ik weer helemaal in het plaatje en zijn de rollen omgedraaid. Omdat ze slechts drie weken oud was toen ze bij ons kwam, lieten we qua socialisatie met andere honden geen moment onbenut. Bij vriendin Julia, waar drie honden en twee katten lopen, brachten we haar om die reden regelmatig. Tot onze spijt lijkt ze vooral van het laatstgenoemde duo interessante dingen overgenomen te hebben. Zo brengt ze trots ongedierte naar binnen of krabt tijdens het wandelen onderweg ineens aan een boom met daarin een vogelnestje. Ons straatratje is stiekem een straatkatje. door Annegriet Wijchers

Auteur

awijchers