Wesley Zoutman: dreamchaser

SAPPEMEER

Wesley Zoutman liet 31 augustus 2017 huis en haard achter om zijn droom achterna te jagen: ijshockeyprof worden. De 16-jarige Sappemeerster speelt dit seizoen in het U18 AAA prep hockeyteam van de A21 Academy in het Canadese Windsor.

Door Marc Jansen

Even terug in Nederland, in de kerstvakantie, vertelt Wesley over zijn leven bijna 6500 kilometer van huis. Over hoe zijn wekker elke doordeweekse ochtend om 07.00 uur gaat, hij snel wat yoghurt met Cruesli naar binnen lepelt, zijn spullen ‘voor school én hockey’ pakt en de deur uitgaat. “We beginnen om 08.00 of 08.30 uur met een training van anderhalf uur. Op het ijs. Daarna hebben we school; van 10.15 tot 16.00 uur. Elke dag. En na school trainen we een uur in de gym”, zegt de oud GIJS-speler in het hem zo vertrouwde Sportcentrum Kardinge in Groningen. Na die laatste training komt hij steevast rond 17.30, 18.00 uur thuis - Wesley woont bij ‘Head Coach’ Rob Serviss en diens gezin. Daar stort hij zich, na de gezamenlijke maaltijd, op zijn huiswerk. “Ik zit in grade eleven van een High School. Normaal is het niveau van een High School niet zo heel hoog, maar een privéschool als A21 Academy staat veel hoger aangeschreven”, zegt Wesley, die in Nederland vorig jaar het vmbo afrondde. In de weekenden speelt hij zijn wedstrijden. Soms wel vier in een weekend. Waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen vriendschappelijke, door zijn coach geregelde, wedstrijden en zogenaamde showcases, waarin spelers zich bij mogelijk geïnteresseerde clubs in de kijker kunnen spelen.

Mooi leven

“IJshockey, school, huiswerk. Verder doe ik niks. Ja, af en toe wat chillen met de jongens, wat gamen of zo.” Hij noemt het ‘een mooi leven’. Een leven dat hij ambieert, zij het zonder school en huiswerk. “Het is mijn droom professioneel hockey te spelen. En ik heb er veel voor over die droom te verwezenlijken.” Dat geldt evenzeer voor zijn ouders. Zij moeten niet alleen hun zoon missen - al is er dagelijks contact via WhatsApp en/ of Facetime - ze leveren ook een flinke financiële inspanning. Hoe duur zijn Canadese avontuur is, vertelt Wesley liever niet. Maar dat behalve zijn ouders ook sponsors als Orangegas, Salming Hocky en Harvey’s een bijdrage moeten leveren is veelzeggend. “Wat ze daarvoor terugkrijgen? Ik probeer ze zoveel mogelijk te promoten”, zegt Wesley, daad bij woord voegend door een petje te dragen met het logo van een van zijn sponsors. Vier maanden onderweg, acht Wesley het haalbaar inderdaad ijshockeyprof te worden. “Het zit erin”, zegt hij. “Ik ben hier geen uitblinker. Nog niet. Ik ben nu een ‘gewoon talent’. Maar ik heb het gevoel dat er nog heel veel rek in zit.” Hij begon het seizoen met een achterstand. Dat wil hij best toegeven. “Maar die haal ik in. Ik ben bijna bij.” Zijn positie: defence. Zijn kracht? “Mijn schot! Ik kom als verdediger niet heel vaak in schotpositie, maar als ik kan schieten doe ik het...”

Zuurstof

Verbeterpunten zijn er ook. “Absoluut. Het hockey (in Canada spreekt men van hockey als het over ijshockey gaat; red.) is er veel sneller. Er wordt veel meer van je verwacht op het gebied van bijvoorbeeld startsnelheid en wendbaarheid. En achteruit schaatsen. Dat kan ik zeker nog niet zo goed als de Canadese jongens. Maar ja, ik ben op mijn negende begonnen, zij toen ze 4 of 5 jaar waren...” Hij kan zich zijn eerste training nog goed herinneren. “Ik schrok wel even... Na afloop lag ik gestrekt op het ijs. En had ik vooral behoefte aan zuurstof...“ “Nee, ze hebben me er niet mee gedold. Ze gaven juist aan me te zullen helpen. Zo zijn de mensen daar; heel gastvrij. Iedereen!”

Sneller en harder

Het ijshockey is ook anders dan hij gewend was bij GIJS in Groningen, waar hij al op 14-jarige leeftijd in het eerste team debuteerde en hij in de kerstvakantie zijn conditie op peil kon houden. Al was het maar omdat de baan kleiner is. “Canadese afmetingen. Scheelt al snel vijf meter in de breedte en acht tot tien meter in de lengte”, weet Wesley. Bovendien zijn medespelers én tegenstanders beter. “Daardoor moet je sneller handelen, word je sneller gecheckt, zijn de passes harder, zijn de schoten harder...” Inmiddels draait hij volop mee in de 19-koppige selectie van de A21 Academy. Op alle fronten. Dus ook in het krachthonk. “In Nederland zijn we heel voorzichtig met krachttraining onder de 18 jaar. In Canada niet. Daar werk je ook als je nog niet zo oud bent gewoon met halters. En je moet wel mee, want niet trainen betekent niet spelen. En dat wil niemand.”

Leuker dan verwacht

Hij zegt met volle teugen te genieten in het meest zuidelijke deel van Canada, slechts door de Detroit River gescheiden van de Verenigde Staten. “Ik vind het nóg leuker dan ik had verwacht! Waarom? Gewoon... Met die jongens. In het begin was het wel spannend. Ik sprak bijna geen Engels. Maar inmiddels denk ik al in het Engels en moet ik zelfs even schakelen als ik Nederlands praat... Ik ben nu gewoon een van hen.” Van druk van ouders en sponsors heeft hij geen last. “Nee, ik doe gewoon mijn ding. Ik geef elke dag honderd procent. Meer kan ik niet doen. En lukt het niet mijn droom te verwezenlijken, heb ik er in ieder geval alles voor gedaan. Mijn wereld stort dan niet in.“ Het schooljaar loopt tot juli. Wat er daarna gaat gebeuren, durft hij niet te zeggen. “Head Coach Robb heeft al gezegd dat ik volgend schooljaar terug mag komen. Maar of dat ook gaat gebeuren, weet ik niet.” Een vertrek naar een club behoort ook tot de mogelijkheden. Nu wel. “Ik ben vorig jaar ook al eens twee weken in Canada geweest, voor try-outs. Maar toen bleek dat je eerst minimaal een jaar in Canada gespeeld moet hebben, voordat je bij een club terecht kunt.” Aan die voorwaarde voldoet de Sappemeerster na dit schooljaar sowieso.

Auteur

Marc Jansen