Anouk Keizer gooit strike na strike (mét video)

SAPPEMEER

Voor de 19-jarige bowlster Anouk Keizer uit Sappemeer is het jaar 2018 voortreffelijk begonnen. Nadat ze in januari voor het eerst een ‘Perfect Game’ gooide, werd ze in februari opgeroepen voor Jong Oranje. Daarmee is deelname aan het WK Jeugd in Detroit binnen handbereik.

Door Marc Jansen

En dan te bedenken dat de studente Biologie en Medisch Laboratoriumonderzoek aan de Hanzehogeschool in Groningen pas tweeënhalf jaar bowlt.

“Ik heb negen jaar gehockeyd. Bij Dash in Hoogezand en bij GHHC in Haren”, vertelt Anouk. “Bij GHHC ging de lol er vanaf - ik ben er niet zo leuk behandeld - waarna ik gestopt ben.”

Na een tijdje nietsdoen, werd Anouk gebeld door Beejée, de dochter van Harke Westerdijk, de eigenaar van bowlingcentrum De Veenpoort in Veendam. “Of ik league met haar wilde spelen. Dat is een onderlinge competitie.”

Anouk was dankzij haar broertje Ruben (16) geen onbekende meer in De Veenpoort. Mede dankzij zijn interesse voor de sport, startte Bowling Vereniging Veendam in maart 2014 weer een jeugdafdeling op.

Anouk: “Ik ging wel eens met Ruben mee. Om te kijken.” Aldus begon Anouk, in navolging van haar broertje, te bowlen. “Eerst met een bal-letje dat ik had gekregen. Maar ik vond het zo leuk dat ik al snel zelf een bal aangeschaft heb. Dat is best een uitgave, hoor. Ik heb ondertussen zeven of acht ballen. De duurste was 270 euro...”

Ze had en heeft het erg graag voor over. Ze bleek namelijk talent te hebben en ontwikkelde zich snel. “In december 2015 heb ik in Wolvega een individueel toernooi gewonnen. Vanaf dat moment ging het eigenlijk beter en beter.”

Zeker nadat ze een clinic van Ben van Spronsen had bezocht. “Ik had in Veendam de basis geleerd. Ik wist een beetje over de aanloop, over balans. Maar na die clinic van Ban van Spronsen, die een eigen opleidingscentrum heeft, heb ik van alles aangepast. Ik ben toen bijvoorbeeld overgestapt van een vier-pas-aanloop naar een vijf-pas-aanloop. Dat lijkt een kleine aanpassing, maar dat is het niet. Zo’n verandering heeft grote gevolgen voor bijvoorbeeld timing en het moment van loslaten van de bal.”

Perfect Game

Doorgaans is Anouk zeker vier keer per week op de bowlingbaan te vinden. Ze somt op: “Op maandag gooi ik zes games, op woensdag ook vaak zes games, op donderdag vier games plus een wedstrijdje met iemand anders van de club, en in het weekend heb ik vaak een toernooi.”

Het vele bowlen legt haar geen windeieren. Ze gooit tegenwoordig gemiddeld 190 tot 200 pins per game. “De maximale score is 300. Dan gooi je twaalf strikes in één game”, legt Anouk uit. “Ik heb 3 januari zo’n ‘Perfect Game’ gegooid.” Een mijlpaal, die haar een oorkonde van de Nederlandse Bowling Federatie (NBF) opleverde. “Ik ken mensen die er al twintig jaar tegenaan hikken... Je kunt het vergelijken met een 9-darter bij het darten.”

Haar eerste 200 gooide ze veel eerder, na twee maanden al. “Die 200-score is te vergelijken met een 180 bij het darten. Als je die eerste 200 eenmaal gegooid hebt, ben je over een drempel heen en gooi je er meer.”

Anouks prestaties zijn ook de NBF opgevallen. “Ik ben dit seizoen voor het eerst actief in de SportBowlingTour. Die bestaat uit een reeks toernooien, waaraan de top van Nederland meedoet. Ik kan aardig meekomen, heb tot nu toe één keer de Top 20 gehaald. Ik heb me daardoor in de kijker gespeeld bij het Nederlands team.”

10 februari mocht de Sap-pemeerster voor het eerst aansluiten bij Jong Oranje. “Jong Oranje komt eens per maand samen. Je kunt dan gericht trainen op hetgeen je wilt verbeteren”, zegt Anouk opgetogen. “Ik denk dat ik wel een goede indruk achtergelaten heb, ja. De trainer zei: ‘maakt niet uit wat we je laten doen, je pikt het toch wel op’. Ik was ook niet echt nerveus, ofzo. Ik had er vooral heel veel zin in.”

Met haar selectie voor Jong Oranje behoort deelname aan het WK Jeugd in Detroit ook ineens tot de mogelijkheden. Anouk, met pretogen. “Amerika is hét bowlingland. De kans is best groot dat ik heenga. Maar dat heb ik nog niet bevestigd gekregen, hoor.”

Competitief

De Olympische gedachte - meedoen is belangrijker dan winnen - is haar vreemd. Anouk: “Als ik naar het WK mag, ga ik heen om te winnen. Ik ben heel competitief ingesteld. Ik kan heel goed tegen mijn verlies, mits het eerlijk gaat. Maar als ik win, wrijf ik het mijn tegenstanders ook wel graag in...”

Ze is dan ook niet snel onder de indruk van intimidatie door tegenstanders. “Dat gebeurt veel, hoor. Mensen die je even aanraken, even tegen je schouder tikken. Of mensen die tijdens het ingooien alleen op de hoekpinnen gooien, zodat het oliepatroon verandert. Maar ik doe het gewoon net zo hard terug. Even mijn zakje poeder laten vallen, of iets van het scorebord tikken... Ja, het kan er best pittig aan toe gaan.”

Ook fysiek is het ‘best pittig’, benadrukt Anouk, wier rechterhand aanzienlijk krachtiger oogt dan haar linkerhand. “Ik gooi met ballen die 14 pond wegen. Dat is ongeveer 6,7 kilo. De gaten in de ballen zijn precies op mijn handspan geboord.” Bowling is een sport. Anouk moet het de buitenwereld vaak uitleggen. “Je moet lichamelijk écht in orde zijn wil je de concentratie lang vast kunnen houden. Daarnaast moeten je knieën sterk zijn; je haalt je balans uit je benen.”

Oliepatroon

Naast het mentale aspect en de fysieke gesteldheid is kennis van de baan van belang. Of liever: kennis van het oliepatroon. Anouk: “Dat is de manier waarop de olie op een bowlingbaan wordt aangebracht. Hoewel het om een hoeveelheid van niks gaat, een shotglaasje vol, is zo’n oliepatroon van heel groot belang. Een bowlingbaan is zestig voet lang. Op de eerste veertig voet na de foutlijn wordt een oliepatroon aangebracht. Op dat gedeelte van de baan glijdt de bal over de baan. Pas waar de olie niet meer ligt, gaat de bal rollen. De hoek van inval moet perfect zijn... Anders dan iedereen denkt, moet je niet de voorste pin raken. Je moet tussen die voorste pin en die er rechts naast gooien. In de pocket, noemen we dat.”

De oliepatronen variëren per baan en per toernooi. “Je wilt de bal tegen de olie aan gooien - zeg maar langs de dikste laag olie gooien. Daardoor moet je soms helemaal aan de buitenkant zitten, wil je dat de bal in de pocket komt.”

Omdat vooraf (digitaal) gecommuniceerd wordt welk oliepatroon gebruikt wordt, kunnen de deelnemers zich voorbereiden. “Als ik weet dat ik tijdens een toernooi vooral aan de buitenkant moet gooien, train ik daar zeker een week op. Door de hele week heel dicht langs de goot te gooien. De score maakt me dan niet uit. En ja, het gebeurt me daardoor nog wel eens dat ik in de goot gooi. Gisteren nog drie keer. Ze noemen dat inmiddels een ‘Anoukje’ in Veendam.”

Ze vertelt het met een lach. Ze heeft overduidelijk schik in het leven. Een leven dat voor het grootste deel in het teken staat van school en bowlen. Met daarnaast nog bijbaantjes in een supermarkt en in De Veenpoort (’als barmedewerkster’) zitten haar weken behoorlijk vol.

“Ik ga eigenlijk nooit uit. Ik studeer nu bijna twee jaar, maar ben in die periode niet één keer op stap geweest. Ik snap ook niet waar mijn leeftijdsgenoten het geld vandaan halen.”

Anouk besteedt haar geld bovendien liever anders. “Bowlen is een dure sport”, zegt ze met een paar 270 euro kosten bowlingschoenen in de handen.

“En als ik naar het WK Jeugd mag, moeten we dat zelf bekostigen. De NBF betaalt niets. Ik zul dus sponsors moeten werven”, weet Anouk, die stiekem wel eens droomt van de Professional Women's Bowling Association in de Verenigde Staten. “Als je geen dromen hebt, kun je ze ook niet nastreven”, besluit ze.


Auteur

Marc Jansen