‘Matta’ pakt kans van z’n leven

WIJDEWORMER/ SAPPEMEER

Matthijs Hardijk voetbalde in het seizoen 2014/ 2015 gewoon nog in de A1 van VV Hoogezand. Nog geen drie jaar na zijn laatste wedstrijd in het rood-zwart van Hoogezand heeft hij zestien Jupiler League-wedstrijden achter zijn naam staan.

Door Marc Jansen

De in december 20 jaar geworden Matthijs Hardijk gold in zijn vroegste voetbaljaren nooit als groot talent. Hij werd in ieder geval nooit gescout door FC Groningen. Wel maakte hij als D-junior (JO13) anderhalf jaar deel uit van het Jeugd Plan Nederland van de KNVB.

“Maar ik denk niet dat FC Groningen ooit belangstelling heeft gehad”, zegt de tot afgelopen zomer in Sappemeer woonachtige Matthijs. “Maar ik ben misschien wel hét voorbeeld dat je je droom niet te snel moet opgeven.”

Matthijs werd immers toch nog opgepikt door ‘De Trots van het Noorden’. Als tweedejaars A-junior (JO19) maakte hij de overstap naar de jeugdopleiding van FC Groningen. “Ik heb er veel geleerd van Peter Hoekstra, mijn trainer. Maar ik moest na één jaar al weer weg. Omdat ik te weinig scoorde.”

Hij werd opgepikt door de Friese Derde Divisonist Harkemase Boys. “Trainer Henk Herder zag het abnormaal in me zitten”, zegt Matthijs over zijn tijd op Sportpark De Bosk.

Dit deed de vleugelspits goed. Met zijn snelheid, assists en goals speelde hij zich in de kijker van Tweede Divisionisten als Katwijk, Rijnsburgse Boys en HHC Hardenberg.

AZ

Ook AZ werd getipt. “Ze hebben me in maart bekeken in het duel met koploper Lisse. Ik scoorde die wedstrijd twee keer”, weet Matthijs nog maar al te goed.

Kort daarop werd hij uitgenodigd voor een trainingsstage bij de Alkmaarders. “Na één of twee trainingen had ik iedereen overtuigd. Vervolgens is alles heel snel gegaan.”

Wat heet. Op 21 april 2017 kopte de digitale versie van voetbalweekblad VI: ‘AZ versterkt zich met amateursensatie Hardijk’. De Sappemeerster maakte de overstap naar het naar de Jupiler League gepromoveerde Jong AZ.

“Getwijfeld? Nee, geen moment. Ik heb, zoals ieder jongetje, altijd profvoetballer willen worden. Als je dan zo’n kans krijgt, op zo’n hoog niveau, ben je gek als je dat niet doet. Dit is de kans van mijn leven!”

Studeren

Hij stopte met zijn studie. “Ik studeerde Bedrijfskunde MER aan de Hanzehogeschool. Ik kwam 1 punt tekort voor mijn propedeuse. Omdat ik een tentamen had gemist voor een training bij AZ...”

Bovendien: “Ik studeer nu betaald voetbal bij AZ.”

Aanvankelijk was dat behoorlijk wennen. “De trainingsuren die ik nu maak... Dat was ik niet gewend. Ook niet bij FC Groningen.” Grappend: “Dat verschil is nu ook duidelijk te zien op de ranglijst...”

“Wij trainen gemiddeld tien keer per week. Er zijn dagen dat we van 08.00 tot 16.00 uur op de club zijn. Met drie trainingen; één keer kracht en twee keer buiten, op het veld.”

Tijdens die trainingen wordt bovendien heel serieus gewerkt. Alles wordt gemonitord. “Je moet elke dag presteren. Als je op een training bijvoorbeeld niet genoeg high intensity-meters maakt - met snelheden boven de 25 kilometer per uur - krijg je nog wat extra loopjes voor de kiezen.”

Dit gebeurt de welbespraakte youngster zelden tot nooit. “Mijn loopvermogen en met name mijn snelheid zijn mijn sterkste punten. Ik ben ook hier gewoon de snelste speler van de selectie. Ik ben dankzij gerichte training zelfs nog sneller geworden. Ik denk dat ik met Mats Seuntjes van AZ 1 zelfs de snelste speler binnen heel AZ ben. Ik geloof dat ik de 30 meter in 3,79 seconden loop...”

Achterstand

Op andere vlakken had hij wel een achterstand. Het gros van zijn ploeggenoten draait dan ook al acht jaar mee in de hoog aangeschreven jeugdopleiding van AZ.

“Mijn technische vaardigheid, mijn aannames... Ineens stond ik op een veld met alleen maar goede spelers. Spelers die ook allemaal goed kunnen rennen en nog precies weten wat ze moeten doen ook. En vragen of je wel wakker bent als de bal in een positiespel drie keer van je voet springt....”

Maar hij ontwikkelt zich snel. “De trainers Martin Haar, die heel veeleisend kan zijn, en Denny Landzaat zijn heel tevreden. Dat geven ze aan in gesprekken die we hebben. En ik merk zelf ook dat ik volwassener word in mijn spel. Dat ik steeds beter weet hoe ik mijn man moet opzoeken, wanneer ik de bal eruit moet halen of wanneer ik juist een actie moet maken....”

Basisplaats

In een basisplaats resulteert het nog niet. “Ik heb vier keer in de basis gestaan. Verder zijn het vooral veel invalbeurten. Zeker in het begin vond ik het lastig om in te vallen. We verloren in de eerste fase van de competitie veel wedstrijden. En dan kwam ik er in als we al met 2-0 achter stonden... Maar ik heb inmiddels zestien wedstrijden in de Jupiler League op mijn CV. Als je me dat een jaar geleden had gezegd, had ik je uitgelachen...”

Hij denkt wel klaar te zijn voor een basisplaats. “Het gaat er niet alleen om een kans te krijgen”, heeft hij geleerd. “Het gaat er ook om die kans te grijpen, er op het juiste moment te staan. Ik moet ook doelpunten gaan maken, geiler voor de goal zijn. Ik heb de laatste weken aardig wat kansen om te scoren gehad, maar heb ze nog niet benut.”

Bestudering van Matthijs’ statistieken leert dat zowel onder het kopje assists als onder het kopje goals een 0 staat. “Ik hoor als ik eens in Hoogezand ben best vaak: ‘het gaat niet zo goed, hè’. Terwijl het juist uitstekend gaat. Maar ja, je wordt beoordeeld op de statistieken. Ook in het normale leven. Zo ging het op school ook al.”

Buiten de lijnen

Ook buiten de lijnen veranderde veel in Matthijs’ leven. Zo verruilde hij het ouderlijk huis in Sappemeer - het geboortehuis van Aletta Jacobs - voor een appartementje in Wijdewormer. En liet hij behalve zijn ouders (’mijn zus woont in Amsterdam’) ook zijn vriendin en vrienden achter.

“Maar het bevalt me heel goed. Ja, ik kook ook voor mezelf. Dat was ook even wennen, maar gaat me inmiddels goed af. Mijn specialiteit? Pasta pesto. Lekker veel eiwitten, hè.”

Aanvankelijk ging Matthijs zo gauw hij kon terug naar het Noorden. “Het is maar anderhalf uur rijden; ik woon pal aan de A7. Maar eigenlijk ga ik tegenwoordig alleen nog maar voor een feestje terug naar Hoogezand. Ik heb mijn draai hier wel gevonden. Mijn ploeggenoten zijn ook mijn vrienden geworden.”

Net als dat in Hoogezand, Groningen en Harkema het geval was, noemen die ploeggenoten hem ‘Matta’. “Ik heb me gewoon als Matthijs voorgesteld. Maar toch noemt iedereen me ook bij AZ zo. Vind ik wel mooi, zo’n bijnaam...”

Toekomst

Wat de toekomst gaat brengen, laat zich moeilijk voorspellen. Zeker in de voetballerij. “Wat mij betreft, blijf ik nog jaren bij AZ. En volgens mij is het ook wel de bedoeling dat ik blijf. Maar ik wil natuurlijk wel spelen. Verder is het ook wel belangrijk onder welke voorwaarden ik zou kunnen blijven. Maar daar is mijn zaakwaarnemer Dries Boussatta voor.”

Vooralsnog neemt hij genoegen met een ‘klein contractje’ (‘ik kan me er mee redden’). Hij heeft er namelijk alles voor over om te slagen. Zeker nu hij het gevoel heeft op koers te liggen. “Ik heb in september twee keer met AZ 1 meegetraind. Ze hadden een buitenspeler nodig voor de 11 tegen 11. Het ging me goed af. Ik kreeg ook redelijk veel complimenten. Maar ja, AZ heeft een heel grote selectie van wel 26 spelers.”

Ook Jong AZ heeft een grote, kwalitatief sterke selectie. Die bovendien regelmatig wordt aangevuld met (van blessures herstellende) spelers uit de eerste selectie. Zo speelde Matthijs al eens samen met Ron Vlaar, in 2014 met het Nederlands Elftal halve finalist op het WK. “Hij heeft Lionel Messi nu nog in zijn broekzak...”, kent ‘Matta’ zijn klassiekers.


Auteur

Marc Jansen