Judoka Vera Raspe uit Sappemeer wil altijd de beste zijn

SAPPEMEER

[caption id="attachment_41244" align="alignright" width="114"] Vera Raspe. Foto: Jolanda Bultena[/caption]

SAPPEMEER - Vera Raspe viel de laatste weken op door achtereenvolgens brons en zilver te pakken op de NK’s Judo -21 en -18. Alle reden voor een interview met de pas 15-jarige judoka uit Sappemeer. Door Marc Jansen Op de vraag hoe ze tot deze prestaties gekomen is, geeft ze een even simpel als helder antwoord: “Hard trainen.” Een opsomming volgt. “Ik train op verschillende plekken. Op maandag in Heerenveen, op het RTC (Regionaal Trainings Centrum; red.) Judo Noord-Oost. Op dinsdag train ik of op Papendal (de thuisbasis voor het Nederlandse topjudo; red.) of bij mijn club Judoschool Hoogezand-Sappemeer. Op donderdag train ik ‘s ochtends op de locatie Groningen van het RTC en ‘s avonds op de club. En op zondag train ik ook op de club.” Met de zaterdag als wedstrijddag, blijven de woensdag en de vrijdag over. Vrije dagen? Lachend: “Dan ga ik vaak naar de sportschool. De krachttrainer van FC Groningen heeft speciale programma’s voor mij en mijn clubgenootjes geschreven.”

Afremmen

Die krachttrainer is Jarno Voorintholt, de Athletic Development Coach van FC Groningen die ook lesgeeft op het Alfa-college in Groningen. Hij is daarmee collega (en vriend) van Marcel Joling, docent Sport en Bewegen op het Alfa-college én trainer van Judoschool Hoogezand-Sappemeer. “Het is heerlijk werken met Vera”, zegt Joling. “Ik moet haar eerder afremmen dan stimuleren... Het is dat ze de zondag na het lange en zware NK-18 wat last van haar rug had. Anders was ze gewoon gaan trainen...” “Ik train gewoon het liefst elke dag”, vult Vera aan. “Dan geniet ik.” Wat ze er zo mooi aan vindt? “Met judo speel je binnen één sport eigenlijk twee spelletjes: staand en op de grond. Ik ben staand het best. Ik ben vooral goed in heupworpen. Inderdaad, dat weten mijn tegenstandsters ook. Daarom werken we steeds aan nieuwe manieren om tegenstanders op de grond te leggen.” Marcel Joling: “Ze heeft al een breed pakket aan mogelijkheden, hoor. Maar we werken er hard aan haar nóg veelzijdiger te maken. Wat daarbij scheelt is dat ze een heel mooie basis heeft door het turnen.” Vera: “Ik ben op mijn vierde gaan turnen, bij mijn moeder. Dat heb ik drie jaar gedaan. Waarbij ik turnen het laatste jaar heb gecombineerd met judo.”

Judo

Ze kwam via haar broer Huub in aanraking met judo. “Ik ben een keer meegegaan en was meteen verkocht. Ik vond het heel leuk om met mijn broer te trainen”, vertelt Vera, die ook op school uitblinkt. Ze zit in de derde klas van het gymnasium van het dr. Aletta Jacobs College. “Ik had vorig jaar vijf negens op mijn rapport”, zegt ze bijna verontschuldigend. Kwestie van strak plannen, meent ze. Plus: “Ik wil overal de beste in zijn.” Marcel Joling: “Dat is ook haar valkuil. Ze moet wel zorgen dat ze ook ‘andere dingen’ doet. Dat ze niet alleen met school en judo bezig is.” Vera: “Dat doe ik ook wel, hoor. Ik ga wel eens de film met mijn vriendinnen.” Bovendien ontdekte ze heel recent zelf dat het niet alleen om heel hard werken draait. “Ik heb heel goed gejudood op het NK -21. Dankzij de goede voorbereiding. De week ervoor hadden we vakantie van school. Daardoor heb ik die week niet alleen goed kunnen trainen, ik heb ook veel gerust.” Het was evenwel bepaald geen incident dat Vera goed presteerde op het NK -21. Marcel Joling: “We hebben dit seizoen vier meetmomenten gehad, waaronder de beide NK’s. Vera heeft vier keer een medaille gepakt.”

Cadets European Cup

Reden voor Judo Bond Nederland (JBN) Vera uit te nodigen voor een toernooi met trainingsstage in Erfurt, volgende week. Daarna volgen Cadets European Cup-wedstrijden in Berlijn en het Tsjechische Teplice. “Ik moet daar een medaille halen om me te kunnen plaatsen voor het EK in Sarajevo”, weet Vera, die haar sportieve toekomst al helemaal voor zich ziet. Met als ultiem doel? “De Olympische Spelen. Het liefst in 2024 al.” Voor het zover is, zullen Vera en Joling nog enkele jaren samen kunnen optrekken. “Tot en met haar achttiende levensjaar kan ze uitstekend uit de voeten bij de eigen club, in combinatie met een RTC”, schetst Joling de plannen. “Vervolgens moet ze overstappen naar een hoofdlocatie van zo’n RTC. Dat zijn er vier in Nederland: Heerenveen, Haarlem, Eindhoven en Rotterdam.” Vera: “Ik wil naar Heerenveen. Wat dichterbij huis.” Joling: “En vanaf haar 21ste moet ze naar ‘Papendal’ wil ze als topsporter door kunnen.” En daarnaast studeren, uiteraard. Lachend: “Wat weet ik niet. Dat is het enige dat ik nog niet helemaal uitgestippeld heb...”

Auteur

Marc Jansen