Nationaal Bus Museum viert jubileum

HOOGEZAND

Vijf busliefhebbers kochten in juni 1978 voor 500 gulden (bijna 227 euro) een oude bus. Ze behoedden daarmee deze bus, de GADO 4400, voor de sloop én legden de basis voor het Nationaal Bus Museum. Dat viert zaterdag het veertigjarig bestaan.

Door Marc Jansen

De vijf busliefhebbers richtten al snel een stichting op, getiteld: Stichting Noordelijk Bus Museum. “De bus stond aanvankelijk in verschillende loodsen in Winschoten”, weet Jan Gans, Manager Uitvoering van het Nationaal Bus Museum. “Nadat de stichting diverse andere bussen aangeboden gekregen had, nam ze in 1985 haar intrek in de oude busremise van de GADO in Winschoten.” Daar barstte het museum op den duur uit zijn voegen. “Ze hadden er een gigantische opslag, terwijl slechts drie of vier bussen tentoongesteld konden worden”, zegt Gans, die net als alle medewerkers van het museum vrijwilliger is.

Hoogezand

Het museum verhuisde daarom in 2010 naar de Produktieweg in Hoogezand. Gans: “In Winschoten was geen grote locatie beschikbaar. Overigens had de stichting het huidige pand al in 2006 gekocht. Het gebouw, waarin voor ons een armaturenfabriek gevestigd was, moest flink verbouwd worden.” Bij de verhuizing werd de naam van het museum veranderd in Nationaal Bus Museum. “Het museum was toen nog alleen op afspraak te bezichtigen. Daarnaast verhuurden we het rijdend materieel voor culturele en historische ritten. Dat heeft de stichting vanaf het begin gedaan. Zo kwam ze aan de centerij.“

Zwaar weer

Sinds april 2013 is het Nationaal Bus Museum elke woensdag, zaterdag en zondag van 13.00 tot 17.00 uur geopend. Terwijl, of misschien wel omdat, het museum juist dat jaar in zwaar weer verkeerde. “In februari 2013 stapte onze toenmalige manager op. Anderhalf jaar later volgden de penningmeester en de voorzitter. We stonden er in alle opzichten zeer slecht voor. Het was niet 5 voor 12, maar een halve minuut voor 12...” Samen met Bart Bekkering nam Gans het voortouw in een poging het hoofd boven water te houden. Een geslaagde poging, kan vijf jaar later vastgesteld worden. Gans, grijnzend: “Het gaat heel goed met het museum. We hebben veertig vrijwilligers die hier regelmatig op dinsdag of donderdag zijn voor bijvoorbeeld onderhoud binnen en buiten het gebouw, reparaties en archiefwerkzaamheden. Verder hebben we nog dertig vrijwillig chauffeurs.” Het rijdend materieel van het museum wordt in de periode maart - oktober vrijwel dagelijks ingezet, altijd inclusief chauffeur. Voor heel diverse uitstapjes. Zo wordt de ene keer een school-cultuurreis gemaakt, terwijl de andere keer een voetbalteam naar een uitwedstrijd vervoerd wordt. Gans: “Vorig jaar zijn we een project gestart met cultuurinstelling K&C. Daarbij rijden wij de bus naar een deelnemende school. Vervolgens brengen we de leerlingen naar een culturele instelling als Klooster Ter Apel, Veenkoloniaal Museum, Vesting Bourtange, de Middeleeuwse stad of Groninger Museum. Twee uur later pikken we ze weer op en zetten we ze weer bij school af.”

GDS 22

Jan Gans is als ‘Manager Uitvoering’ verantwoordelijk voor het rijdende materieel van het museum. “De planning, het onderhoud, de keuring, het aansturen van de vrijwilligers”, vertelt de inwoner van Spijkerboor. “Maar het rijden op de bus heeft voor mij de grootste prioriteit. Dat laat ik mij niet afnemen.” Hij zegt gemiddeld zestig uur per week met het museum bezig te zijn. Lachend: “Ik moet er wel op letten dat ik de achterban ook tevreden houd...” Het is dan ook bijna niet te voorstellen dat hij ‘pas’ sinds 2011 actief is voor het museum. Voor die tijd was hij veertig jaar werkzaam bij de Koninklijke Marechaussee. “Op mijn 56ste moest ik de dienst uit. Ik ben vervolgens een tijdje vooral oppas-opa geweest. Ontzettend leuk, maar niet iets voor zeven dagen in de week... Toen maakte mijn broer Kars, hij is buschauffeur bij Qbuzz, me erop attent dat het (toen nog) Noordelijk Bus Museum de GDS 22 had. Op deze bus uit 1967 had mijn vader gereden. Hij is slechts 42 jaar geworden.” De aanwezigheid van deze bus triggerde Gans vrijwilliger van het museum te worden. “Ik heb de GDS in september 2011 zelf uit de opslag in Beerta gehaald. Hij startte nog wel, maar reed niet meer. We hebben hem met een takelwagen, de Smildatruck, naar Hoogezand vervoerd. Dat was heel emotioneel. Hoe stom ik het ook van mezelf vond, de waterlanders kwamen als vanzelf... Mijn broer, die hier ook vrijwilliger is, durfde er niet eens in te zitten.. En mijn jongste broer - ik heb twee broers en een zuster - had dat ook.” Nog steeds moet Gans de GDS 22 een tikje geven wanneer hij er voorbij loopt. Hij is dan ook uitermate ingenomen met de 8 april 2017 gestarte actie om de bus weer in bedrijf te krijgen. “Daar hebben we 12.000 euro voor nodig. We zitten nu al op 5000 euro, terwijl we er vijf jaar voor uitgetrokken hebben”, zegt Gans met zichtbaar genoegen.

Jubileumdag

Die dag, 8 april 2017, was de traditionele museumdag van het Nationaal Bus Museum. De museumdag heeft dit jaar het karakter van jubileumdag. Zaterdag 14 april is het zover. Tussen 10.00 en 16.00 uur worden diverse historische bussen gepresenteerd en kan een rondrit worden gemaakt in de DAM 154 of Veonn 1671. Kinderen kunnen bovendien een rondrit maken in een stoomtreintje van Landgoed Nienoord. Verder staan in en om het museum tal van verkoopstands, worden miniatuurvoertuigen verkocht, kan een gratis rit met de Qbuzz-waterstofbus gemaakt worden, en worden hapjes en drankjes geserveerd.
Meer informatie: www.nationaalbusmusum.nl.

Auteur

Marc Jansen