WK zonder mythes | Column Marc Jansen

Hoewel Nederland ook toen niet meedeed, kon ik me als puber enorm verheugen op het WK voetbal van 1986.

Dat WK stelde me namelijk in staat de beste voetballers van de wereld eindelijk eens een hele wedstrijd in actie te zien. Op een enkele Europese wedstrijd (zo succesvol waren ‘we’ die periode niet) en een interland na, werden in die tijd immers vooral nog samenvattingen uitgezonden. Jaarlijks hoogtepunt was de Engelse Cup Final, die ook op de Nederlandse televisie rechtstreeks uitgezonden werd.

We kenden derhalve vooral de spelers uit de Nederlandse eredivisie en de Duitse Bundesliga (zaterdag 18.10 uur: Sporschau). Diego Maradona was weliswaar mijn idool, maar dat was uitsluitend op basis van (korte) samenvattingen, flarden en verhalen; Youtube bestond nog niet.

Het WK was daarom letterlijk iets bijzonders. Met behalve Maradona, die de mythe meer dan bevestigde, mannen als Enzo Francescoli (Urugay), Enzo Scifo (België), Zico (Brazilië) en Michael Laudrup (Denemarken). In mijn ogen prachtige voetballers die je in de samenvattingen van de NOS op zondag niet voorbij zag komen.

Hoe anders is het nu. Wie wil, kan Lionel Messi, Christiano Ronaldo, Neymar Jr. en al die andere topvoetballers wekelijks zien uitblinken bij hun clubs. Hun wedstrijden worden altijd wel ergens uitgezonden. Van mythes is geen sprake meer. Ze kunnen hoogstens nog ontkracht worden.

Toch verheug ik me op het WK dat volgende week begint.

Marc Jansen


Auteur

Marc Jansen