Ditjes en datjes | Column Marc Jansen

Met bewondering zag ik 70-plusser Jan allerlei gesprekken aanknopen.

Het ene moment vertelde hij honderduit over de Formule 1, het andere luisterde hij vol belangstelling naar een relaas over het voor de barbecue meegebrachte vlees.

Vlees afkomstig van een boer die zelf slachtte, meende ik op te vangen. Zoals ik wel meer opving. Zelf leverde ik namelijk nauwelijks een bijdrage aan de conversaties van het gemêleerde gezelschap.

Reden: ik beheers de kunst van het praten over koetjes en kalfjes niet. Weet nooit wat te zeggen... En dus ben ik niet goed in grote gezelschappen. Zeker niet wanneer ik het gros van de aanwezigen niet zo heel goed ken.

Alleen als een gespreksonderwerp me écht interesseert, kom ik los. Maar o wee als mijn gesprekspartner genoeg heeft van dat onderwerp... Dan stokt het gesprek onmiddellijk. Tenzij hij of zij blijft praten...

Ik verwacht niet het ‘small talk-kunstje’ ooit nog onder de knie te krijgen, maar kan er mee leven. Dat neemt niet weg dat ik het spijtig vind minder sympathiek over te komen dan ik (uiteraard) ben.

Iets meer ‘Jan’ zou daarom toch best fijn zijn.

Marc Jansen


Auteur

Marc Jansen Redacteur