Tour de France | Column Marc Jansen

Met een vader die stilte verordonneerde als Gerrie Knetemann op NOS Radio Tour de France zijn licht over de etappe liet schijnen, was er geen ontkomen aan.

Zelfs op vakantie hadden we vaak een of ander radiootje - op zakformaat met koptelefoon - binnen handbereik. Ik sluit niet uit dat we die vakanties daarom in Brabant of Zeeland vierden in plaats van in het buitenland. Verder keken we zoveel we konden tv en plozen we de kranten, met alle klassementen, uit.

Het waren de gouden tijden van het Nederlandse wielrennen. Nederlanders eindigden in zomaar als tweede, derde en vierde (Zoetemelk, Van der Velde en Winnen) in het algemeen klassement, de TI Raleigh-ploeg van Peter Post domineerde onder meer in de ploegentijdritten en mijn favoriete renner was ‘wegkapitein’ Henk Lubberding (met zijn wapperende manen!).

Zo lang ik me heugen kan, volg ik de Tour de France. Het evenement blijft boeien. Ook al is in 4 decennia ontzettend veel veranderd. Ten goede vooral. Het wielrennen is een mondiale sport geworden, de doping is uitgebannen (toch?!) en de sport wordt alsmaar mooier in beeld gebracht.

Uiteraard zijn er ook ontwikkelingen ten kwade. Zo wordt het koersverloop tegenwoordig in het laboratorium bepaald...

Maar van de grootste verandering werd ik bewust toen ik vrijdag iets na 17.00 uur mijn vader belde. Dumoulin had zojuist Froome gelost en reed met een ‘geïsoleerde’ Thomas, Roglic en Kruijwijk naar boven.

“Spannend, hè”, riep ik in mijn enthousiasme.

“Ik kijk even niet. We zijn aan het eten”, antwoordde pa.

Marc Jansen


Auteur

Marc Jansen Redacteur