Bomen over Aletta

‘Op weg naar 150 jaar Aletta’. De HS-krant zal onder deze noemer toewerken naar de viering van het 150-jarig bestaan van het dr. Aletta Jacobs College (en al zijn rechtsvoorgangers). Deze keer in de binnentuin van het Aletta een gesprek met Gerrit Pama, Jan Visser en Bé Buurke.

De maatschappij

Het is zomervakantie en het schoolgebouw aan de Laan van de Sport voelt vreemd en leeg zonder aanwezigheid van leerlingen. Wel aanwezig in het gebouw Gerrit Pama (49) hoofd logistieke zaken van het Aletta en zijn voorgangers: voormalig hoofdconciërge Jan Visser (80) van de SBHS en voormalig hoofdconciërge Bé Buurke (72) van de AJS/AJC.

Bé Buurke werd 25 jaar geleden ook al eens geïnterviewd. Toen voor het boekwerk ‘Bomen over Aletta’ dat in het kader van het 125-jarig bestaan van de school werd uitgegeven. Op de vraag “Wat vindt u nou zo leuk aan uw werk?” gaf hij toen aan dat dit het omgaan met leerlingen was. Zowel met de brugklassers als de leerlingen uit de hoogste klassen. En hij zei het leuk te vinden dat mavo-, havo- en vwo-leerlingen bij elkaar op dezelfde school zaten. Hij sloot het interview toen af met de volgende opmerking: “Al die verschillende leerlingen bij elkaar vind ik mooi en goed. Je moet later in de maatschappij ook allemaal met elkaar overweg, dus vind ik het goed dat je dat op de middelbare school leert.”

Jan Visser knikt en zegt: “Het omgaan met mensen en vooral met jonge mensen heeft voor mij ook altijd op nummer 1 gestaan. De SBHS had ook verschillende afdelingen onderdak. In de jaren 70 nog in een aantal gebouwen, daarna werden alle afdelingen ondergebracht in het gebouw aan de Erasmusweg: een technische afdeling, een land- en tuinbouwafdeling, de huishoudschool en de LEAO. Daarnaast werden er ’s avonds nog lascursussen gegeven voor de scheepsbouw aan volwassenen.”

Jan Visser vervolgt: “De school is inderdaad een afspiegeling van de maatschappij en natuurlijk moest je vaak corrigerend optreden. Maar achter elk moeilijk of vervelend kind zit vaak een verhaal. Een luisterend oor en een stukje aandacht deden soms al wonderen. Ach en sommige te-laat-komers strafte ik met een kopje koffie en koek. Dit had vaak een beter effect dan strafmaatregelen.”

Bé Buurke knikt en zegt: “Ik vond het altijd leuk om met leerlingen een praatje te maken. Ben dankbaar dat ik leerlingen heb kunnen opvangen en helpen. Ach en bij bepaalde te-laat-komers kneep ik ook weleens een oogje toe. Vooral als ze er een fietstocht door weer en wind uit Zuidlaren of ander buitengebied op hadden zitten.” Dat oud-leerlingen deze aanpak van Buurke waardeerden is ook te lezen op de facebookpagina van de reünie. Ineens schiet hem iets te binnen en hij vertelt grinnikend: “Ik heb oud-leerling Jan Stuursma regelmatig gezegd dat hij een beetje meer pit moest hebben en aangespoord wat sneller te lopen als hij weer te laat was en een briefje bij mij kwam halen. Dat heeft dus echt geholpen, want hij is nu succesvol marathonloper. Hahaha.”

Gerrit Pama - die nog 11 jaar als vervangend hoofdconciërge met Buurke heeft samengewerkt - knikt bij de verhalen van de beide pensionado’s en zegt: “In dit gebouw zijn nu alle afdelingen waar jullie beiden mee te maken hebben gehad ondergebracht, dus een complete afspiegeling van de maatschappij. Ook het huidige team conciërges moet af en toe corrigerend optreden, maar ze zijn er in eerste plaats om de kinderen te ondersteunen en te helpen. Het motto is nog steeds: niet straffen, maar sturen. Bovendien wordt er tegenwoordig in elke deelschool gewerkt met opvanglokalen, waar leerlingen die er uitgestuurd zijn of problemen hebben worden opgevangen.”

Het begin

Buurke vertelt dat hij in 1968 op 22-jarige leeftijd als conciërge/schoonmaker op de Van der Leeuwschool (de MULO) is begonnen. Toen waren er nog lessen en examens op de zaterdagmorgen. Hij zegt: “Ik was nog een broekie toen ik begon en jonger dan sommige tuten (internaat leerlingen van Instituut Hommes) die de school bezochten en veel beter gebekt waren dan ik.” Hij verhuisde mee naar de nieuwbouw van de Dr. Aletta Jacobsscholengemeenschap (AJS) aan de Nieuweweg 4. Rector van de school was toen de heer Mabelis, die werd opgevolgd door rector Köhne in 1970. Daarna diende hij onder de algemeen directeuren Poell/Groeneveld en Klaverkamp. Bij het schoolgebouw aan de Nieuweweg hoorde ook een conciërgewoning, gebouwd zodat de conciërge toezicht kon houden op de school in verband met eventueel vandalisme. Bé, zijn vrouw en 2 zonen zijn tot de afbraak van de woning enige jaren geleden de enige bewoners geweest.

Jan Visser - begonnen in 1970 - zegt dat hij aanvankelijk ook een aanstelling als conciërge/schoonmaker had. “Tot aan fusie van de AJS en de SBHS in 1995 is de schoonmaak altijd in eigen beheer geweest. Samen met mijn team oop’ers (onderwijsondersteunend personeel, zoals schoonmakers en conciërges) zorgde ik ervoor dat het gebouw en het terrein er altijd spik en span uitzagen.” Trots zegt hij daarna: “Dat werd door de directie altijd erg gewaardeerd. Algemeen directeur Gaby Poell gaf ooit blijk van haar waardering door met de dames van de schoonmaak een uitstapje naar de Huishoudbeurs in Amsterdam te maken.”

Koemest

Als ik hem vraag naar het voorval met de bemesting van de plantenbakken in de voorhal van de Erasmusweg moet hij keihard lachen en vertelt: “We hadden Open Huis voor basisschoolleerlingen en ik wilde alles tiptop in orde hebben. Zo ook de grote plantenbakken in de voorhal, die ik extra voeding gaf in de vorm van koemest. De koemest – het beste groeimiddel dat er immers bestaat – had ik die dag samen met directeur Bé Martens gehaald. Echter zoals je kunt raden, ging het hele gebouw ervan stinken. Gauw extra potgrond gehaald om de mest af te dekken en alle ramen en deuren van de school werden opengezet om de geur te verdrijven. Tja niet goed nagedacht, hahaha.”

Buurke vult aan: “Ook wij hadden te maken met een gevalletje ‘koemest’, maar dan van een heel andere strekking. In 1988 kwam Wim Deetman, CDA-minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen naar het Aletta. Het was in de periode van de studentenprotesten tegen de bezuinigingsmaatregelen van het kabinet Lubbers II en hij was tijdens een werkbezoek eerder die dag door boze studenten bekogeld met mest. Aangekomen op het Aletta, moest ik minister Deetman eerst meenemen naar een van de kleedkamers van de Europahal, waar hij zich kon opfrissen en omkleden.”

Respect

Alle drie heren worden regelmatig begroet en aangesproken door oud-leerlingen, het zijn respectvolle bejegeningen. Jan Visser: “Ik word vaak in winkels of restaurants aangesproken. Laatst kreeg ik nog een onverwachte omhelzing van een van de grootste raddraaiers van de SBHS ooit. Hij vertelde me dat het toch nog goed met hem gekomen is en dat mede dankzij mijn wijze raad van vroeger: no cocaine in your brain. Mooi toch!” Ditzelfde gebeurt Bé Buurke, die tegenwoordig medicijnen rondbrengt voor een apotheek, ook dagelijks. Bé: “Al die oud-leerlingen die nog groeten en een praatje maken, ik vind het geweldig!” Gerrit Pama vult aan: “Mijn fitnesstrainer Sara blijft maar meneer Pama tegen me zeggen. Ze heeft te veel respect om me bij de voornaam te noemen. Grappig hoor!”

Verder praten

Beide oud-collega’s zitten behoorlijk op de praatstoel, leuke verhalen en hilarische anekdotes passeren de revue. Hun bulderend gelach schalt door het lege schoolgebouw. Gerrit Pama en ik luisteren aandachtig naar de verhalen, waar ook wij smakelijk om moeten lachen. Verhalen die ik soms maar beter niet aan het papier kan toevertrouwen. Verhalen die Jan Visser en Bé Buurke onder het genot van een hapje en een drankje vast wel graag willen delen met oud-leerlingen en oud-collega’s in het ontmoetingscafé op zaterdag 13 oktober.

Kom je ook een boom opzetten c.q. gezellig bijpraten met Jan, Bé en Gerrit? Aanmelden voor de reünie van het Aletta op zaterdag 13 oktober en ook voor de Meet&Greet op vrijdagavond 12 oktober kan door te bellen naar telefoonnummer 050-316 88 77 (Groningen Congresbureau). Digitaal aanmelden kan via www.aletta.nl