Meer dan de helft van budget op aan vaste lasten

Regio - Het Nibud ziet dat huishoudens in 2019 meer dan de helft van hun inkomen kwijt zijn aan de vaste lasten. Dit blijkt uit cijfers die het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud) op een rij heeft gezet voor het Nibud Budgethandboek 2019.

Een huishouden met een modaal inkomen en een gemiddelde huur is net iets meer dan 55 procent van het netto inkomen aan de vaste lasten kwijt. En iemand op bijstandsniveau net iets meer dan 50 procent. Idealiter zou een huishouden niet meer dan de helft van zijn inkomen kwijt moeten zijn aan de vaste lasten. Tien jaar geleden lag het percentage gemiddeld 5 procent lager dan nu. Hoe meer mensen kwijt zijn aan de vaste lasten, hoe planmatiger ze met hun geld moeten omgaan en hoe minder er overblijft voor voeding en andere noodzakelijke uitgaven.

Meer dan 40 tot ruim 65 procent op aan vaste lasten

Hoe hoger het inkomen, hoe lager het aandeel dat op gaat aan de vaste lasten. Zo is een huishouden met een inkomen van 1,5 keer modaal en een gemiddelde hypotheek net iets minder dan 45 procent van zijn inkomen kwijt aan de vaste lasten. Tien jaar geleden was dat nog net iets minder 40 procent.

Hogere kosten voor wonen, energie en zorgverzekering

Het Nibud ziet dat er de afgelopen tien jaar niet eerder zo’n groot deel van het budget is opgegaan aan de vaste lasten. Dit dwingt huishoudens zeer kritisch te zijn en goed op hun uitgaven te letten. En het verklaart volgens het Nibud ook waarom zoveel huishoudens achterlopen met het betalen van de rekeningen van zorgverzekeraar en energiebedrijf en huur of hypotheek. In het Nibud-onderzoek Financiële Problemen 2018 werd duidelijk dat het percentage huishoudens dat de huur of hypotheek niet altijd op tijd kan betalen is gestegen met 7 procent, van 12 procent in 2012 naar 19 procent in 2018.  

Meer dan 60 procent aan vaste lasten zorgwekkend

Het Nibud maakt zich zorgen om huishoudens die meer dan 60 procent kwijt zijn aan de vaste lasten, omdat bij veel huishoudens daardoor de druk op de portemonnee te groot wordt. Idealiter is een huishouden niet meer dan de helft van zijn inkomen daaraan kwijt, uiteraard afhankelijk van het inkomen en de woonsituatie. Na aftrek van de vaste lasten is de rest van het inkomen nodig voor de reserveringsuitgaven, huishoudelijke uitgaven en sociale participatie. Hieronder vallen posten als voeding, kleding, inventaris, onderhoud van de woning en vrijetijdsuitgaven.