Woonvoorziening van Cosis keert het tij

MUNTENDAM - ‘t Rak in Muntendam heeft genoeg van het slechte imago en keert het tij.

’t Rak in Muntendam is een woonvoorziening van Cosis waar mensen wonen met een verstandelijke beperking. Tot voor kort drukte een slecht imago in het dorp zwaar op de schouders van de bewoners, het personeel en de naastbetrokkenen. „We hebben begrip voor het ontstaan van een slechte naam, maar we willen graag laten weten dat we met z’n allen het roer hebben omgegooid en dat we een zeer positieve groei hebben doorgemaakt.”

Stempel

Het zijn de woorden van Ina Schreuder. Haar zoon van 46, met een verstandelijke beperking, woont in ’t Rak en Ina zit in de familieraad van de voorziening, evenals Monique Blaauw die ook is aangeschoven. Ze vinden dat het tijd wordt dat er wordt afgerekend met de slechte vooroordelen van de woonvoorziening van hun familieleden. Monique is mentor van een nicht die, ook vanwege een lichte verstandelijke beperking, in ’t Rak woont.

Ina: ‘Onze familieleden wonen bij Cosis (voorheen NOVO) omdat ze vanwege een beperking niet in staat zijn zelfstandig te wonen. Maar ze wonen gewoon als volwaardig burger in het dorp Muntendam. Ze willen er net zo graag bij horen als alle andere dorpelingen. Dan is het wel schrijnend als je merkt en voelt dat je een verkeerd stempel draagt. Een stempel dat uiteraard ergens vandaan komt, maar tegenwoordig amper nog van toepassing is.’

Overlast

Monique: „Voorheen was ’t Rak een woonvoorziening voor mensen met een matige verstandelijke beperking en vanzelfsprekend onderdeel van de buurt. Totdat er een aantal jaren geleden een heel ander type bewoners geplaatst werd. Het betrof mensen met een lichte verstandelijke en/of psychische beperking met een heel andere begeleidingsvraag. Binnen de groep nieuwe bewoners waren drugs en drank en een vorm van onverschillig gedrag een dagelijks terugkerend fenomeen. Het trok drugsdealers aan en tot diep in de nacht was er sprake van overlast. De destijds aanwezige begeleiding kreeg weinig grip op de doelgroep, immers, de professionals waren een totaal andere doelgroep gewend. ’t Rak dreigde te veranderen in een soort losgeslagen vrijstaat. Zoiets wordt door de buurt uiteraard gezien en ook omwonenden kregen last van lawaai en kleine criminaliteit.”

Ina: „Dat doet de naam van de voorziening geen goed en met name de bewoners die part nog deel hadden aan de verloedering hadden daar zonder hun schuld veel last van. En je zal begrijpen dat ook de interne sfeer daar onder te lijden had. Een aantal nieuwe bewoners bepaalde bijna alles. Als familieraad hebben we stevig aan de bel getrokken, want uiteraard ging het ons behoorlijk aan het hart.”

Roer om

Ina: „Een wisseling van de wacht bij het lokale management heeft een goede draai aan de zaak gegeven. Het nieuwe hoofd heeft contacten gelegd met verslavingszorg en de wijkagent. Er is anders geschoold personeel aangenomen en langzaam zijn er duidelijker regels gekomen. Bewoners zijn gewezen op rechten en plichten die horen bij het delen van een wooncomplex. Dergelijke ingrepen kunnen ook op weerstand stuiten, maar ze werkten. Bewoners die zich niet aan de regels wilden houden konden vertrekken. Langzamerhand zag je een verandering intreden.”

Monique: „De belangrijkste verandering was te zien toen we als familie, bewoners en personeel samen hebben bedacht hoe we ’t Rak weer op een positieve koers moesten krijgen. De centrale ruimtes hebben we aangepakt. We hebben ze gezelliger gemaakt en de oude troep er uit gehaald. Het is gezelliger en functioneler geworden. En het belangrijkst is misschien wel dat de ideeën voornamelijk van de bewoners kwamen die ze zelf ook voor een groot gedeelte hebben uitgevoerd. Zo worden de gebruikers van de ruimtes ook de eigenaar van de veranderingen en gaat men zich verantwoordelijk voelen.”

Deuren open

Ina: ‘Het team van ’t Rak is er in geslaagd om voor iedere bewoner een werk- of dagbestedingsplek te regelen. Al met al zie je de sfeer positief veranderen. En ook de buitenwacht krijgt dat langzamerhand in de gaten. Op de dagen van NL Doet is de PvdA en een delegatie van de NedMag geweest om de centrale ruimte te verven en te helpen met het tuinonderhoud. De deuren kunnen weer open.”

Monique: „Het gaat goed, maar we zijn er nog niet. Je moet ook zelf blijven investeren in de buurt. Zo nemen wij als familieraad het initiatief om op Burendag de binnenplaats open te zetten voor activiteiten met de mensen in de eigen wijk. En natuurlijk gebeurt er hier en daar nog wel eens wat, maar dan gaat het tegenwoordig meer om een incident. In elk geval niet afwijkend van de normale gang van zaken in een dorp. ’t Rak is weer een locatie in opbouw, een woonvoorziening waar bewoners, personeel en betrokkenen weer opnieuw hebben gewerkt aan het beeld naar buiten. Ik zou bijna willen zeggen dat de bewoners het verdienen dat er weer met andere ogen naar ze wordt gekeken.”