Door foute seismische meting moeten meer gebouwen worden versterkt

Het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) heeft ontdekt dat sommige versnellingsmeters in Groningen niet de daadwerkelijke grondversnelling bij een aardbeving meten.

Dit is aan het licht gekomen bij een onafhankelijke check van een meetmethode van het KNMI. Eind februari werd bekend dat tachtig versnellingsmeters die het KNMI tussen 2014 en 2017 in het aardbevingsgebied heeft geplaatst verkeerd stonden afgesteld. Het KNMI heeft vervolgens zelf een correctie toegepast op de afwijking.

Destijds besloot het SodM de berekening van het KNMI ter controle tegen het licht te houden. Dit onderzoek duurt een jaar. In de eerste tussentijdse rapportage meldt het SodM dat andere versnellingsmeters in Groningen - zogeheten BO-meters - zijn gemonteerd op gefundeerde gebouwen. Daardoor worden de gemeten trillingen bij bevingen gedempt, zodat niet de daadwerkelijke grondversnelling maar een deels gedempte grondversnelling wordt gemeten.''

Effect onbekend

Het betekent dat het risico voor alle gebouwen in het gebied omhoog gaat. Het SodM schrijft dat de omvang van het effect niet bekend is. Het SodM heeft de NAM opdracht gegeven dat te onderzoeken.

Als de resultaten daarvan bekend zijn wordt duidelijk hoeveel extra gebouwen versterkt dienen te worden. Naar verwachting is hier in de eerste helft van 2020 meer duidelijkheid over. Deze nieuwe gevallen vallen niet in de meest risicovolle categorie, dus vormen geen groot direct gevaar, verzekert het SodM.

Onvoldoende regie

Het SodM heeft ook geanalyseerd hoe het is gekomen dat tachtig versnellingsmeters van het KNMI verkeerd stonden afgesteld. Het blijkt dat er veel verschillende partijen betrokken zijn bij de aanleg, installatie en operatie van het netwerk. 'Geen van deze partijen heeft in voldoende mate de regie. Afspraken tussen het KNMI en de NAM over rollen en verantwoordelijkheden zijn onvoldoende duidelijk', concludeert het SodM.

Het SodM adviseert VVD-minister Wiebes van Economische Zaken en Klimaat en VVD-minister Cora van Nieuwenhuizen van Infrastructuur en Waterstaat 'de rolverdeling te verhelderen, duidelijk te maken wie de regie heeft over het seismische netwerk in Groningen en hoe de kwaliteit wordt geborgd'.