Onderzoeker: kans op aardbevingen in Groningen neemt af door samengedrukt gesteente

Doordat een groot deel van het gesteente waaruit gas wordt gewonnen in Groningen permanent is samengedrukt, neemt de kans op aardbevingen af. Dat zegt aardwetenschapper Ronald Pijnenburg van de Universiteit Utrecht.

In zijn promotieonderzoek laat hij zien dat dertig tot vijftig procent van de gasdragende zandsteen in de Groninger ondergrond permanent samengedrukt blijft na de gaswinning. Dat betekent dat er minder energie beschikbaar is voor aardbevingen.

Door de winning van gas is de druk in de poriën van de 250 miljoen jaar oude laag poreus zandsteen op drie kilometer diepte inmiddels een stuk lager. De druk is teruggelopen van zo’n 350 bar begin jaren zestig tot nu circa 75 bar. Door deze drukverlaging en het gewicht van het gesteentepakket daar bovenop wordt de zandsteen samengedrukt. Met bodemdaling aan de oppervlakte tot gevolg. En aardbevingen. Die ontstaan wanneer er verschuivingen van enkele centimeters plaatsvinden langs oude aardbreuken.

Laboratoriumexperimenten

Pijnenburg stelt overigens ook dat na het dichtdraaien van de gaskraan in Groningen in 2022 de aardbevingen vermoedelijk nog wel geruime tijd doorgaan.

Om te achterhalen hoe zandsteen zich tijdens de gaswinning gedraagt, voerde de Utrechtse onderzoeker laboratoriumexperimenten uit op zandstenen uit het Groninger gasveld in een lab van de universiteit. Volgens zijn bevindingen is dertig tot vijftig procent van de samendrukking van zandsteen in Groningen permanent. Dat betekent dus dat er dertig tot vijftig procent minder energie beschikbaar is voor aardbevingen dan voorheen werd aangenomen, aldus Pijnenburg.