Kermisexploitant Martin Speelman: ‘We zitten in een benarde positie’

SAPPEMEER Het coronavirus heeft voor iedereen in het land grote consequenties. Iets wat Martin Speelman erkent.

Speelman vraagt aandacht voor de kermisexploitanten die het zeer lastig hebben. ‘We hebben straks allemaal een inhaalslag nodig als we weer open zijn, maar dan moet er wel omzet zijn.’

,,Laat ik voorop stellen dat iedereen in Nederland en alle bedrijven ontzettend veel last van de coronacrisis hebben, maar de kermisexploitanten zitten in een benarde positie. In de omgeving hier zijn 26 kermisgezinnen, in Hoogezand-Sappemeer, Zuidbroek, Schildwolde, Veendam en Overschild.

Het komt voor niemand goed uit, maar voor het kermisbedrijf komt dit wel op de slechtste tijd. In oktober is het einde van het kermisseizoen en wie dan nog niks verdiend heeft gaat ook niks meer verdienen. Ik ga half oktober alweer open met de oliebollenraam in Sappemeer. Ik kan daar mooi de winterperiode mee opvullen.”

Onderhoud

,,Daarna heb ik tot 1 april geen inkomsten meer. In de tussenliggende maanden zijn we bezig met pachten voor kermissen, het keuren van de attracties en onderhoud daarvan. In april beginnen we weer en gaandeweg het seizoen kom je over het kantelpunt heen en ga je verdienen. Maar nu is iedereen qua inkomsten leeg. Er is wat hulp vanuit het kabinet toegezegd, dat is een druppel op de gloeiende plaat maar als dit te lang duurt denk ik dat 75 tot 80 procent van de kermisbedrijven omvalt. Het zijn bijna allemaal familiebedrijven die van vader op zoon zijn overgegaan. Die van ons dateert al uit de tijd dat mijn voorouders als narren en muziekmakers langs de kastelen gingen, vandaar de naam Speelman.”

Optimistisch

,,Ik ben best wel optimistisch op zich. De eerste twee of drie maanden gaan eraan, maar dat komt straks wel weer. Al mijn kermissen vanaf nu tot in het voorjaar zijn al afgezegd. Over de Meikermis in Groningen is nu nog niks bekend maar een zakenman met een beetje verstand weet dat ze die ook gaan afzeggen. Zeg maar in juli/augustus misschien dat mijn bedrijf weer gaat draaien. In juli is het zomerspektakel in Winschoten. Als daar geen festiviteiten bij zijn heb ik daar niks te zoeken, dan komen daar geen mensen. Dat verhaal krijg je straks ook nog.”

,,In het begin van het jaar maak je de kermissen waar je staat voor het hele seizoen klaar. Die heb je op de omzet van vorig jaar aangenomen, maar dat is misschien nu veel te veel. We hebben straks allemaal een inhaalslag nodig als we weer open zijn, maar dan moet er wel omzet zijn, anders is dat ook nog een probleem. Kijk, je bent ook bijvoorbeeld met de uitstraling bezig van de attractie, dat zijn allemaal investeringen die in je winter doet. We inversteren veel geld in onze attracties om deze up to date te houden om de jaarlijkse keuringscertificaten te behouden. Veel kosten zijn voor het komende seizoen reeds gemaakt, het wagenmateriaal staat allemaal apk gekeurd klaar en de inversteringen zijn gedaan Je wilt kermissen binnenhalen en gesprekken voeren, dus ik rij veel. Dat zijn ook kosten. Ik ben nu even met het onderhoud van de botauto’s gestopt tot er zicht komt wanneer we weer kunnen beginnen. Ik ben destijds naar één attractie gegaan maar dan moet je niet zulke dingen tussendoor krijgen. We investeren veel geld in materiaal en nu moet ik even oppassen.”

Kermisbonden

,,We hebben twee aparte kermisbonden in Nederland. Nu zijn ze samen dit probleem in kaart aan het brengen. We hebben Nederland in een paar vakken verdeeld qua exploitanten en hebben stuurgroepen gemaakt. Ik zit in een commissie voor Groningen, Friesland en Drenthe. Wij bespreken dingen met elkaar en we hebben een Whatsappgroep en zo helpen we elkaar met aanvragen en andere hulp die kermisexploitanten nodig hebben. Laat ik voorop stellen dat gezondheid natuurlijk het allerbelangrijkste is, maar ja ook het financiële plaatje telt. Ik weet nu ook niet hoe lang ik het financieel uitzing, we weten ook niet hoe lang dit gaat duren en de kosten lopen gewoon door. Maar er zijn collega’s die er nog slechter voorstaan en niet weten hoe ze volgende week rondkomen.”

Cindy Houwen