Vroeger en Nu (107): Kiel-Windeweer bij de sluis

KIEL-WINDEWEER ‘Het daip noar t Hoogezaand was groaven, dou zol men noar het zuden tou : doar lag het groote veen nog open, as n wereldstreek van broen en grauw …’

We zijn in Kielwindeweer aan het Kieldiep en we staan langs de Sluisweg oog in oog met twee rijksmonumenten : de schutsluis en de sluiswachterswoning.

De schutsluis is aangelegd in 1907 en bestaat uit een licht gebogen sluiskom met twee sluishoofden. De gebogen schutkolk heeft gemetselde wanden, waarvan de bovenrand is afgezet met een ijzeren band. De beide gemetselde sluishoofden hebben hoekstukken van basaltlava. In het westelijke sluishoofd zien we een gevelsteen met de tekst: ‘in opdracht van de stad Groningen heeft Jhr. Tjarda van Starkenborgh van Stachhouwer 19 juni 1907 de eerste steen gelegd’.

De bijbehorende draaibrug, de ‘Sluusdraai’, is nieuwer en valt niet onder het monument.

De sluiswachterswoning, met aangebouwde schuur uit omstreeks 1885, is opgetrokken uit bruine klinkers. De woning met aan weerszijden een krimp heeft een zadeldak, gedekt met een pan, en is voorzien van een goot op klossen, strakke windveren en een gemetselde schoorsteen op de nok.

Het voorhuis heeft een gepleisterde cordonlijst met in de voorgevel een blind venster met een houten tarievenkast, waarin vermeld wordt, dat voor het schutten van elk vaartuig en van niet in vaartuigen geladen hout het navolgende tarief wordt geheven : 1 ½ cent per scheepston voor ledige schepen; 3 cent per scheepston voor geladen schepen en 3 centen per boom, juffer, balk, plank of post.

Boek

In het zojuist verschenen 1500 pagina’s tellende tweeluik ‘Kiel-Windeweer, huizen en hun bewoners’, geschreven door Kielkenner bij uitstek, wijlen Harm-Jan Frese, worden alle woningen in Kiel-Windeweer, Nieuwe Compagnie en Vossenburg van ongeveer 1700 tot 2010 beschreven.

Wim A.H. Rozema