Bernard Brogue en Tammo Tamminga willen inwoners Meeden met lied 'Toukomst veur Meeden' hart onder de riem steken

Hoewel niet meer woonachtig in Oost-Groningen, zijn ze nog steeds begaan met de streek en haar inwoners. Reden voor de singer-songwriters Bernard Brogue en Tammo Tamminga de inwoners van Meeden met een lied een hart onder de riem te steken.

In het nummer Toukomst veur Meeden, gezongen in het Gronings, verhalen zij over de strijd van de inwoners tegen de komst van 35 windmolens iets ten noorden van het dorp.

‘In honderd jaar tijd is er niets veranderd’, stelt de in Apeldoorn woonachtige Bernard Brogue in een persbericht. ‘Vroeger waren het de herenboeren die de dienst uitmaakten. De arbeiders hadden niks. Nu zijn het twaalf windboeren die per jaar 33.000 euro ontvangen omdat de molens op hun land staan. Tweeduizend inwoners van Meeden hebben de lasten; met name horizonvervuiling en laagfrequent geluid.’

(Tekst leest door onder de foto)

Tammo Tamminga uit tegenwoordig Ugchelen vult aan: ‘Het is nog altijd feodaal in Oost-Groningen. Een enkeling profiteert. De gemeenschap staat in de kou. De bewoners in deze regio voelden zich al achtergesteld en in de steek gelaten door de aardbevingsellende. Nu komt dit er bovenop.’

‘Het vertrouwen in de overheid is tot ver onder het nulpunt gedaald’, weten Brogue en Tamminga. ‘Mensen in Meeden willen een toekomst, een toekomst die hen toekomt.’