Vroeger en Nu (109) over de sluis van Martenshoek

Hoogezand We staan met de camera bij de voormalige sluis van Martenshoek. Het kanaaldorp Martenshoek is in het begin van de 17e eeuw ontstaan bij een sluizencomplex in het oude Winschoterdiep. Druk verkeer -van schepen en mensen- zorgde voor de komst van de nodige voorzieningen. Het Winschoterdiep was op initiatief van de stad Groningen vanaf 1618 gegraven en was in 1628 al tot Zuidbroek bevaarbaar. Er langs vestigden zich scheepswerven voor de bouw en de reparatie van de vele schepen en er kwamen vele toeleveringsbedrijven. In de 19e eeuw passeerden zo’n 40.000 schepen per jaar deze sluis. Op de foto van rond 1960 zien we de sluiskolk van Martenshoek, met rechts de Verlengde Hoofdstraat, nu de Sluiskade. We zien de kruidenierswinkel van de dames Koster, kapper Laphor, Bodewes Electro, Bodewes Rotanhuis, Bodewes schilder- en tabakswinkel, woning van de familie Landeweer, Stiekema woninginrichting, café Berg en Bodewes huishoudelijke artikelen. Links van het midden de grote bok, de hijskraan van de firma Douwe Gorter, waarover mevrouw Gorter destijds het volgende gedicht schreef :

“Aindelek waiten ze nou aoreg wis, wat de grootste oplichter is

Van t hail Hogezaand …

Lopt nait in de guldens, moar t lopt in de tunnen, en de pelitie wil der niks tegen begunnen

Van hogerhaand ???

Wel wait wat macht der achter stait, dat hai zo ongesteurd zien gang moar gait …

n Schandoal?

En dei haandlangers din, want hai dut nait allain; en ze gingen heur gang, dat zel je moar zain,

Allemoal!!!

Och, de haile Maartenshouk kin hom wel van gezichte :

Hai mit zien laange bainen, dei zoveul tunnen lichtte,

Zo’n spotter!

Moar ik duur joe t wel zeggen, k hangt aan de grode klok …,

Hai stait doar op daipswaal : het is dij grode bok …

Dij bok van Gorter!!!”

(tekst Wim A.H. Rozema)