Wat de gek ervoor geeft: Locomotieven, een levenswerk

'Wat de gek ervoor geeft’ is een rubriek over eigenaardige items uit Veendam en Midden-Groningen met een bijzonder verhaal. Van kringloopschatten tot zelfgemaakte pronkstukken, afdankertjes en erfenissen: alles heeft een prijs maar ook zeker een geschiedenis! Vandaag in aflevering 12: Locomotieven, een levenswerk.

FOXHOL “Erop rijden, dat is magnifiek! Tsjongejonge. De klapperende schoorsteen. Die uitlaatslagen..” Paul Genzel (81) heeft zijn hand liggen op een van de twee door hem zelf gebouwde stoomlocomotieven in zijn schuur achter het huis.

Veel lezers kunnen er een ritje mee gemaakt hebben, beide gevaartes reden namelijk jarenlang rond op Landgoed Nienoord. Die samenwerking is sinds een jaar een gepasseerd station waar Genzel het liever niet over wil hebben. De doeken die normaliter over de stoomlocomotieven liggen heeft Genzel er vandaag afgehaald en ook al staan zijn beide 'dames' stil, de treinmachinist blaast ze met gemak nieuw leven in:  “..en dan komt ze met een hele sleep aanzetten; vier wagons vol. Nou, dat is een zware trein hoor! Dan vliegen de stukjes kool je voor de kop! Prachtig.”

Aan zijn tweecilinder stoomlocomotief heeft hij zo’n 16 jaar gewerkt, aan de viercilinder compound stoomlocomotief, de Bayerische S 3/6, zelfs meer dan twintig jaar. Hij heeft de originele 'locs' als kind nog meegemaakt, in Foxhol. “Ik woonde achteraf bij de scheepswerf voor de fabriek langs, toen was het nog van Scholtens in plaats van Avebe, en dan ging ik altijd naar het spoor. Voor schooltijd, na schooltijd en soms ook hele weekenden. Dan kwamen die mooie treinen er weer aan en dan snoof ik die rook op. Och man, heerlijk was dat.”

Bij alleen kijken naar stoomlocomotieven blijft het niet lang. Genzel besluit er in 1966 ‘als kwajong’ zelf eentje te bouwen, op het draaibankje dat hij van zijn vader heeft gekregen. “Toen prinses Beatrix met Claus trouwde, toen was ik de wieltjes aan het vijlen, dus dat is 65 jaar geleden. Ik had twee van die warmwaterkruiken met zo’n dop aan mekaar gesoldeerd, dat was m’n keteltje. Ik stookte toen op spiritus. Van gordijnrails had ik rails gemaakt met dwarshoutjes eronder. En daar reed-ie een paar meter op heen en weer, achter het huis. Mooi he?”

Het blijkt slechts een opwarmertje. Wanneer Genzel en zijn vrouw Gesina in de zomer van 1972 naar Veendam afreizen om boodschappen te doen, rijdt er in het centrum een klein stoomlocomotiefje rond, op kolen gestookt. Genzel snuift op die warme middag de olielucht in en kan daarna maar een ding doen: naar huis om te schetsen. “Ik had zes tekeningen van de stoomlocomotief van de fabriek in München. Ik ben met het frame begonnen en zo heb ik de hele boel opgebouwd. Van voor naar achter. Ik ben op 200 mm gaan bouwen, met een schaal van 1 op 7.”

Alleen al met de pomp of de wielen is Genzel maanden zoet. “Potverdikke! Want het is niet alleen dat ding wat er staat, er zitten ook kleppen binnenin. En ook de wielen met daarin de spaken heb ik er allemaal stuk voor stuk ingelast. Dat zijn hele klussen; met alleen al het vijlen ben je maanden bezig.”

Alle verhalen over bouw, geluid en geuren terzijde, als Genzel moet vertellen wat het allermooiste is aan zijn beide stoomlocomotieven, dan gaan we toch weer even terug naar Nienoord, waar een van zijn stoomlocomotieven 35 jaar gereden heeft. “Die kleine moppies en kereltjes achter je. Sommigen zijn aan het zingen en anderen aan het kwekken. Dat is zo prachtig he, om te zien hoe zij genieten!”

En nu? “Nou ja, dat is het punt even..” Genzel legt opnieuw een hand op de de Bayerische S 3/6 en kijkt eens rustig naar zijn levenswerk. “Je wordt langzamerhand ouder en dan moet je spullen opruimen, zeggen ze dan. Zover ben ik nog niet eigenlijk. Maar het is wel het mooiste als het weer rijdt, want daar is het voor gebouwd.”

 

Annegriet renfurm-Wijchers

 

Heeft u ook iets bijzonders in huis of wellicht iets geks in de buurt gespot? Tip ons via hskrant@ndcmediagroep.nl en veendammer@ndcmediagroep.nl .


Gerelateerd nieuws