Koetjes en kalfjes | Column Marc Jansen

Hoogezand - Over koetjes en kalfjes praten.

Een kunst die ik niet beheers. Ik doe m'n best, maar het lukt me niet. Na dé openingsvraag ‘alles goed?' (of: ‘hoe is ‘t?') lukt het me nog net te informeren naar bijvoorbeeld de ontwikkelingen op het werk, de kinderen of de verrichtingen op het sportveld, maar daarna stokt het. Ik weet simpelweg niets te berde te brengen. Misschien gek voor iemand die (een deel van zijn brood) verdient met het stellen van vragen, maar ik kan slecht inschatten wat ik tijdens zo'n onderonsje wel en wat ik niet kan vragen. Ben bang te snel te serieus te zijn. Ergo: ik mis de vaardigheid de toon van een gesprek licht te houden. Andersom raken mijn gesprekspartners ook snel op mij uitgekeken. Kennelijk mankeert er ook iets aan mijn antwoorden. Zijn ze te kort? Te stellig? Korzelig? Te cynisch? Straal ik te wienig openheid uit? Of vertel ik het gewoon niet boeiend genoeg? Er is één uitzondering. Waar het de sport, meer precies het voetbal, betreft, praat ik als Brugman. Heeft met passie te maken, vermoed ik. Maar ik echt wel breder geïnteresseerd, hoor. Het komt er alleen wat beroerd uit.

Marc Jansen