Meester Korneel en de kerstezel | Kerstverhaal (1)

Hoogezand - Jelte van der Kooi schreef speciaal voor de weekbladen van NDC mediagroep een kerstverhaal. Het verhaal speelt in de klas van meester Korneel.

‘Meester, die ster hè, moet die niet recht boven de kerststal hangen?' Majorie keek met haar helderblauwe ogen van meester Korneel naar de kerststal die hij net vol trots in het lokaal had neergezet en ingericht. ‘En die schapen, meester, het zijn net echte plukjes schapenhaar met pootjes van zwarte wattenstaafjes', zei Henke opmerkzaam. ‘Kijk eens naar die os', deed Charlie een duit in het zakje. ‘Die zakt zowat door alle vier zijn poten tegelijkertijd. Heb je deze kerststal in ‘de koopjesschuur' gekocht?' ‘Kijk die kribbe dan. Het lijken wel geschaafde ijscostokjes die krakkemikkig tegen elkaar aan zijn geplakt', vulde Humphrey aan. ‘Maria is wel mooi, meester', zei Elle Mieke. ‘Het lijkt wel of ze schijnt met haar blauwe mantel. En ook al lijkt het of ze geen gezicht heeft, ze straalt naar alle kanten.' Een aantal kinderen knikte. ‘Die kerststal is niet de allermooiste, meester', zei Jarno. Het zijn volgens mij wat schots en scheef in elkaar getimmerde berkentakjes met wat verdwaalde plukken stro op het dak.' Meester stond bij de kerststal en krabde bedachtzaam aan zijn kin. Hij had geluisterd naar het commentaar en drentelde wat zenuwachtig heen en weer. ‘Wie het gemaakt heeft?', vroeg hij, schijnbaar om tijd te winnen. We knikten. ‘En ik zie ook geen ezel', riep Janka.

Ezel

‘Ik wel', mompelde mevrouw Krankheimer, de schoolschoonmaakster, die net het lokaal binnenkwam. Ze zag er bijzonder uit. Ze had een gerafelde jurk aan, een dikke, veel te lange trui en om haar schouders had ze een schapenvacht. Alsof ze zelf niet door had dat we haar aanstaarden, riep ze luid: ‘Dag Korneel, ouwe ezel van me. Waarom heb je het raam eigenlijk een beetje open. Het is hier stervenskoud.' Meester Korneel reageerde in vertraging. Hij draaide zich naar mevrouw Krankheimer en wilde wat zeggen. Charlie was ongeduldig. Hij wilde antwoord op de vraag die net was gesteld. ‘Nou, meester, wie heeft dat krakkemikkige kerstding in elkaar geflanst met al die hulpeloze dieren die elk moment door hun poten kunnen zakken?' Mevrouw Krankheimer keek alsof ze met blote voeten in punaises was getrapt. ‘Hoe bedoel je?', riep ze venijnig en wees haar vinger priemend naar Charlie. Die lachte, zich van geen kwaad bewust. Meester Korneel deed zijn best om zonder woorden tegen Charlie te zeggen dat hij zijn mond moest houden maar Charlie wees breed lachend en met weidse gebaren naar de kerststal. ‘Nou, dat dus. De schapen zijn pluizenbolletjes zonder pootjes, de os zakt door zijn hoeven als je er tegen aan blaast, de stal zelf moet gestut worden omdat hij anders onbewoonbaar wordt verklaard en de ster staat in het oosten maar niet precies er boven.' Mevrouw Krankheimer werd rood in het gezicht en iedereen, behalve Charlie, wist opeens wie het kunststuk zo had gemaakt: mevrouw Krankheimer. Ze zette haar handen in haar zij, plaatste haar voeten stevig op de vloer en stak haar kin strak naar voren. Maar op het moment dat ze op haar kenmerkende krijsend krakende stem wilde uitvallen naar Charlie, en dus eigenlijk naar ieder van ons, ontspande ze. Charlie kreeg door dat hij beter zijn mond had kunnen houden. Hij merkte toen pas dat meester Korneel zijn vinger op zijn lippen legde om Charlie te laten zwijgen. ‘Die kerststal…', begon mevrouw Krankheimer. Ze wreef zich in haar ogen alsof ze tranen weg moest pinken en liet toen haar schouders zakken. Daarna glimlachte ze. ‘Ha, daar had ik jullie even te pakken. Jullie dachten zeker dat ik dit krakkemikkige ding had gemaakt. Maar nee, hoor. Dat is het werk van jullie opperbeste meester Korneel. En die heeft er heel lang over gedaan om de kerststal er zo labbekakkerig mogelijk uit te laten zien.' Verbaasd keken we van mevrouw Krankheimer naar meester Korneel. Die hief zijn handen omhoog.

Inhoud

‘Soms gaat het niet om hoe iets er uit ziet', zei meester verbazend kalm en heel serieus. ‘Dan gaat het om het verhaal, om de inhoud, en niet om de vorm. Het gaat om het verhaal dat hoort bij deze stal. Niet alleen het verhaal de geboorte van Jezus. Over dat er geen plek voor Jozef en Maria was in de herberg en dat ze in een krakkemikkige stal moesten overnachten. Het gaat niet alleen over het verhaal van de tocht naar Bethlehem op een ezel, of over de engelen die zongen nadat Jezus was geboren en in een voederbak werd gelegd. Het is niet alleen het verhaal van de herders die Jezus wilden zien, of over de ster waar de wijzen uit het oosten op af kwamen. Zo'n stal in de klas is veel meer dan dat.' Meester Korneel ging op een stoel zitten. Mevrouw Krankheimer sloop door de klas. Heel in de verte klonk een geluid dat ik niet thuis kon brengen. Ik meende het gebalk van een ezel te horen. Ik schudde de gedachte uit mijn hoofd en keek naar meester. Wordt (morgen) vervolgd.