Afspiegelingsbeginsel | Column Marc Jansen

Hoogezand - Donderdag om klokslag 10.00 uur krijg ik in een persoonlijk gesprek te horen dat het lot (het afspiegelingsbeginsel) mij gunstig gezind is. En dat ik mijn baan (toch) mag houden.

Een uur, een korte autorit en een telefoontje met het thuisfront later zit ik middenin een sollicitatiegesprek. Dat verloopt zo goed dat ik alleen nog 'ja' hoef te zeggen. Ik voel me echter genoodzaakt wat bedenktijd te vragen. Omdat ik, anders dan ik dacht toen ik reageerde op de vacature, niet per 1 juli werkloos ben. Terug op de redactie lukt het me nauwelijks nog te werken. Omdat ik slecht geslapen heb. Omdat ik een stressvolle ochtend achter de rug heb. Maar vooral ook omdat het afspiegelen voor zoveel van de aanwezige collega's een stuk minder positief uitpakt. En dat lijkt iedereen lam te leggen. Reden om vroeg naar huis te gaan. Daar ga ik even liggen. Om de hoofdpijn te verdrijven en om me op te laden voor een gesprek met dochters mentor over haar profielkeuze. Om 17.00 uur spreken vrouwlief, dochter en ik over de vakken die dochter volgend jaar gaat volgen. En over de harde knal die we horen en de trillende vloeren die we voelen. Thuisgekomen maak ik eerst een berichtje voor de website over die aardbeving. Vervolgens gaan we eten, kom ik tot de ontdekking een contactlens (links) te missen en voer ik nog wat telefoongesprekken. Daarna probeer ik te ontspannen en vooral ook blij te zijn. Dat eerste lukt, dat laatste niet. Nog niet.

Marc Jansen