Scheepswerf Pattje onder verscherpt toezicht

HOOGEZAND - , WATERHUIZEN - De provincie Groningen heeft het toezicht bij scheepswerf Pattje in Hoogezand geïntensiveerd.

Dit hebben Gedeputeerde Staten besloten naar aanleiding van de uitspraak van de rechter op 5 juni 2015. Daarnaast heeft de provincie aanvullende voorwaarden gesteld voor het uitvoeren van het werk op de scheepswerf.

Uitspraak voorzieningenrechter over scheepswerf

In het najaar van 2013 heeft het college van GS een gedoogbeschikking voor scheepswerf Pattje vastgesteld. Dit houdt in dat het bedrijf onder strikte voorwaarden zijn activiteiten mag uitvoeren tot dat er een definitief besluit over de vergunning is genomen. Tegen deze gedoogbeschikking is door de omwonenden en het bedrijf bezwaar ingediend. Omdat het bevoegd gezag in die periode is verschoven naar de gemeente Hoogezand, achtte de provincie zich niet bevoegd een besluit op dit bezwaar te nemen. Eén van de omwonenden heeft een voorlopige voorziening aangevraagd tegen de gedoogbeschikking. De rechter heeft hier op 5 juni 2015 in een voorlopig oordeel uitspraak over gedaan en de omwonenden gedeeltelijk in het gelijk gesteld.

Verscherpt toezicht en aanvullende voorwaarden

Het college van GS heeft de voorgeschreven minimum gedoogvoorwaarden die de rechter heeft gesteld onverkort overgenomen. Daarbij heeft het college nog aanvullende voorwaarden gesteld die overeenkomen met de voorschriften zoals deze zijn gesteld in de ontwerpvergunning. De rechter heeft naast de gedoogvoorwaarden aangegeven dat de provincie het toezicht bij het bedrijf zal moeten intensiveren. Concreet houdt dit in dat de toezichthouders tien keer per week onaangekondigd het bedrijf zullen bezoeken. Dit kan  zowel tijdens als buiten de werktijden van de scheepswerf gebeuren. Daarenboven zal de provincie een langdurig geluidsonderzoek gaan doen door het plaatsen van geluidsmeetapparatuur rondom de werf.