Laura Mijnders | Een mooie dag

Hoogezand - ,,Shit!” Met een slaperig hoofd kijk ik naar de klok. Ik heb nog tien minuten om vanaf deze kant van Zuidbroek naar de andere kant van Zuidbroek te komen. Op zich te doen, maar ik moet de brug nog passeren. Haastig graai ik wat kledingstukken bij elkaar en haal een borstel door mijn haar.

Vrienden noemen het gedeelte aan de andere kant van de brug, de mindere kant van Zuidbroek. Met enige trots zeggen ze dat het zoveel beter is dat we aan deze kant van de brug wonen. Het is dichtbij de plek waar de tent voor de feestweek wordt geplaatst, dichtbij het station en de supermarkt. Meestal hoeven we de brug niet over. Ons leven speelt zich hier af. Leuk, maar als het iets is dat ik in mijn korte leven geleerd heb is dat een brug in geval van haast, altijd open staat. Bezweet kom ik aan bij de rotonde. Ik kan direct doorlopen, de praktijkondersteuner van de huisartsen, roept mijn naam al om. ,,Koffie?’’ vraagt ze. ,,Graag!’’ zeg ik gretig. Met een bezorgd gezicht neemt ze plaats. ,,Hoe gaat het met je?’’ vraagt ze. ,,Mwah, het gaat.” zeg ik. ,,De laatste keer dat ik je sprak was je depressief,” zegt ze. ,,Och,” breng ik uit. ,,De laatste tijd had ik veel tijd om na te denken.' ,,Waar denk je zoal over na? Filosofeer je veel?” ,,Het is meer.....Ik denk dan na over hoe wij mensen in elkaar zitten, over wat we elkaar aandoen. Over hoe we de wereld kapot maken.” Ze kijkt mij bedenkelijk aan. Het is ook veel, zo binnen vijf minuten van een 'och', naar wereldproblemen, om vervolgens te belanden bij eigenlijk zo'n beetje alle oorzaken van mijn depressie. ,,Wat maakt dat je nu toch op deze afspraak bent verschenen?” ,,Omdat, het mijn denken doorbreekt. Ik ben er even uit,” zeg ik. ,,Hoe is het met je weekschema?” ,,Ik had mij vanmorgen bijna verslapen. Maar, over het algemeen houd ik mij er wel aan. Het helpt, om niet ook nog eens over een dagindeling na te hoeven denken.” ,,Ik hoor vaker van mensen dat zo'n schema goed kan helpen.” ,,Ja,” zeg ik. ,,Goed, de tijd is bijna om. Was er nog iets dat je met mij zou willen bespreken?” zegt ze na een tijdje. ,,Niet echt,” zeg ik. ,,Prima. Zullen we dan over vier weken weer afspreken?” Eenmaal buiten merk ik dat ik mij iets beter voel. Toch zit ik mijzelf nog behoorlijk in de weg. Wanneer ik vlakbij huis van mijn fiets afstap, kom ik een vrouw met haar hond tegen. Ze probeert het beest te kalmeren.  ,,Mooie dag hé?’’ zegt ze. ,,Wanneer ik omhoog naar de wolken kijk, heb ik nog altijd het gevoel dat ik op vakantie ben. En dat na vierendertig jaar in Zuidbroek.” Ik kijk omhoog naar de wolken, en besef dat ze gelijk heeft. Wanneer ik weer naar beneden kijk, zijn zij en haar hond verdwenen. ,,Verdomd," mompel ik. ,,Het is inderdaad een mooie dag."