Nu

Zuidbroek

Mijn vader zei ooit dat hoe ouder je wordt, hoe sneller de tijd gaat. Toen ik veertien was maakte ik mij geen enkele zorgen. Ik geloofde hem niet. Wat zeurde hij nou? Ik had alle tijd. Ik piekerde mijn tijd vol, begon stiekem te roken en bracht de meeste vrije tijd door op mijn kamer waar ik voornamelijk keiharde metal luisterde. Ik kon niet wachten tot ik achttien was, zodat enkel ik voor mijn eigen lot verantwoordelijk zou zijn.

Inmiddels ben ik een kwart eeuw en vliegen de weken voorbij. Zo bevind ik mij vandaag in een bedompte ruimte waarin we het de gehele dag over het beleid en het jaarplan zullen gaan hebben. Nu hecht ik maar weinig waarde aan mijn verjaren, - de tijd dat ik stond te popelen tot ik jarig zou zijn en hierdoor niet in slaap kon komen is allang voorbij - toch had ik iets anders dan deze specifieke activiteiten in gedachten vandaag. ,,Goed, over naar het volgende punt. Laura, jullie hebben dit punt voorbereid. Willen jij en je collega's hier iets over kwijt?'' Braaf som ik een aantal verbeterpunten op, maar ondertussen speel ik ook met mijn eigen jaarplan. Is dit wat ik de komende kwart eeuw wil blijven doen? Mij bezig houden met beleid, jaarplannen, nog meer vergaderingen en onnozel gewauwel? Ondanks dat ik als volwassene nog steeds niet de vrijheid en onafhankelijkheid heb mogen ervaren waar ik op mijn veertiende zo vurig naar verlangde, heb ik toch wel degelijk zeggenschap over mijn lot. ,,Je leek er niet echt bij vandaag.'' Een collega is ongemerkt naast mij komen staan. ,,Gaat het wel goed met je?'' ,,Ja, ja, prima. Het is alleen..... we lijken soms wel te vergaderen om het vergaderen. Doodmoe word ik ervan. En ik vraag mij af of dit mijn lot is en ik mij daarin wil blijven schikken. Wil ik de rest van mijn leven deel uitmaken van al die vergaderingen en discussies?'' ,,Zo.'' Ze schiet in de lach. ,,Hoe kom je daar nu weer bij?'' ,,Ik ben jarig'', zeg ik. ,,Ik hecht er normaliter weinig waarde aan, maar het zet me wel aan het denken. Vijfentwintig jaar is een kwart eeuw. In de middeleeuwen mocht je van geluk spreken wanneer je zo oud werd. Het maakt ook dat ik mij afvraag of ik al die extra kansen die we in deze tijd hebben, wel genoeg benut.'' Weer lacht ze. ,,Luister, ik ben een stukje ouder dan jij. En als ik iets geleerd heb is dat je niet teveel moet nadenken. Je moet niet altijd willen weten wat er komt en hoe je daarover denkt. Toen ik zo oud was als jij, wilde ik ook alles weten en vocht ik voor meer vrijheid, maar soms moet je gewoon tevreden zijn met dat je simpelweg niet weet wat er komen gaat. Daar domweg van genieten en dat gevoel uitbouwen. Is dat niet een geruststellende gedachte? Verdwaasd blijf ik achter. Ik heb een keuze. Ook nu.

Auteur

Bram Hulzebos