Moederkloek (2)

ZUIDBROEK

Ik kijk toe hoe de jongens in het zonnetje van hun sigaret staan te genieten. Als puber had ik een bepaald ontzag voor rokende mensen. Ik zag ze vanuit de schoolkantine staan achter de lange ramen. Ze scholen enkel onder de luifels, bij regen, bij sneeuw of bij een hittegolf. Dat maakte het stoer, ze verstopten zich niet.

Op sommige dagen stelde ik mij voor dat ik zelf een sigaret vasthield. Ik oefende voor de spiegel door een pen naar mijn mond te brengen. Ik stelde mij de kringetjes voor die na het uitademen om mijn hoofd zouden dansen en ik besloot dat het mij goed stond. Mijn vriendinnen maakte mij bang toen ik over mijn beslissing vertelde. ,,Weet je wel dat heel veel mensen moeten kotsen na hun eerste sigaret,” vroegen ze. Dat argument heeft mij enkele dagen tegengehouden, tot ik in een opwelling bij een tankstation mijn eerste pakje sigaretten kocht. Kotsen deed ik niet. Ik was gelijk verkocht. Ik was nu stoer. ,,Zullen we weer gaan?’’ De jongens drukken hun sigaret uit. We stappen de volgeladen bus weer in. Na ongeveer een half uur rijden we Leeuwarden in. We spotten het eerste bordje: ‘Welcome to the Village rechtdoor’. Ik voel mij als een klein kind, dat de spanning in haar borst kan horen bonken en van de opwinding bijna een klein beetje in haar broek plast. Verderop volgen opnieuw een aantal bordjes. ,,Rechts! Links! Rechtdoor!” En opeens is daar een oase van groen. We rijden via een Aqua Zoo, waar de zeehonden zichzelf hoorbaar de baas achten, stapvoets op de camping af. Vlak voor de campingwinkel worden we tegengehouden. ,,Jullie kunnen hier niet verder met de auto.’’ ,,Moeten we dan dat hele pokke end sjouwen? We hebben spullen voor elf man bij ons!’’ ,,Tja.’’ De jongen haalt zijn schouders op. ,,Dat zijn de afspraken die ik doorgekregen heb.” Mokkend rijdt Remy zijn auto de berm in. ,,Prima. Dan zet ik hem hier zo lang wel neer.” ,,Vanaf hier is het ook niet zo lang meer lopen hoor,” zegt Arianne. ,,Hoe lang ongeveer?” ,,Vijftien minuten misschien?” Remy’s gezicht staat op onweer. ,,Het moet dan maar.” Remy trekt de achterdeuren van de bus open en langzaam beginnen we met uitladen. Een partytent van acht bij vijf. Vier paar tweepersoonstenten. Een plastic tuintafel en vier bijbehorende stoelen. Een koffiezetapparaat. Het is inmiddels warm en het zweet loopt over mijn rug. ,,Jij houdt wel van kamperen hé,” lachen een paar. ,,Wacht, maar,” zegt Remy. ,,Straks zullen jullie er blij mee zijn.’’ ,,Goed, als we de spullen nu een beetje over de kruiwagen en het steekkarretje verdelen?’’ Wat volgt is een stoet van ellendige mensen die achter elkaar aan sjokken. ,,We zijn er bijna.’’ roept Arianne. Na een tijdje wijst ze. ,,Daar! Daar staan de tenten van Shanty en Lex.’’ We smijten de spullen nog net niet neer en trekken eerst wat halve liters open.   - Wordt vervolgd -  

Auteur

admin