Schuldig

ZUIDBROEK

Het valt mij nu pas op dat ze een beetje uit elkaar staan. Dat de linker groter is dan de rechter. Met onder elke borst een hand, duw ik ze omhoog en breng ze wat dichter naar elkaar toe. Ik knik goedkeurend.

Elke week mag ik van mijzelf een kraslot kopen. Soms stel ik mij voor hoe het zou zijn wanneer we werkelijk winnen. Wat er mogelijk zou zijn. Een vriendje zei ooit dat ik de mooiste borsten had die hij ooit had gezien. We waren zeventien en ik betwijfel of hij ooit andere borsten had gezien, op de films en de blaadjes die ik onder zijn eenpersoonsbed zag liggen, na.

Ik reik achter mij naar de eerste bh. Naast de spiegel zit een deurbel. Bel voor advies, staat er. Ik kijk nog eens naar mijzelf. Dit zijn de dingen die je met een moeder doet of een beste vriendin misschien. Ik heb echter liever advies van een vreemde.

,,Nee, nee’’, schudt de verkoopster. ,,Deze maat is te klein voor jou.’’ De verkoopster vlucht het pashokje weer uit. Even later komt ze licht hijgend aangelopen met twee nieuwe bh’s. Uit verschillende pashokjes klinkt nu het geluid van een deurbel. ,,Dit zijn een 70D en een 70E.’’ Ze glimlacht even vriendelijk voor ze het pashokje weer uitloopt.

Verbaasd blijf ik achter. Een E? Mijn moeder sprak altijd met trots over de vrouwen in onze familie. Allen waren ze goed bedeeld geweest. Mijn overgrootmoeder, mijn oma, mijn moeder. Soms vroeg ik mij wel eens af of ik een kind van iemand anders was. Ik was de eerste die de keten van welbedeelde boezems doorbrak. Lang had ik geen bh nodig gehad.

Toen ik mijn moeder op een dag ook nog vertelde dat ik geen kinderen wilde, barstte ze in huilen uit. Haar stem werd hees. ,,Maar jij bent mijn enige hoop. Mijn enige dochter. Je broer wil ook al niet.’’ Ik schaamde mij daardoor niet langer alleen voor het doorbreken van een erfelijke trots, ik schaamde mij nu ook voor het feit dat ze nooit in gebruik zouden worden genomen door een kind. Soms werd ik boos op mijzelf. Zoveel potentiële moeders die geen kinderen kunnen krijgen en dan ik, die alles cadeau kreeg maar de natuur bedankte. Er wordt weer op de deur geklopt. Een hoofd verschijnt om het hoekje van de deur. ,,En? Hoe zit hij’’, vraagt ze. Ze komt achter mij voor de spiegel staan en versteld de bandjes nog wat. Mijn huid tintelt waar ze hem aanraakte. Vroeger weigerde ik aangeraakt te worden door vreemden, nu zie ik het als noodzakelijk kwaad. Iets onpersoonlijks wat voorbijgaat.

Nadat de verkoopster weer is vertrokken blijf ik nog een tijdje voor de spiegel staan. Ineens mis ik mijn moeder en dat wat ik haar niet kan geven. Uiteindelijk besluit ik beide bh’s mee te nemen. Die avond bel ik haar. In gedachten omhels ik haar langer dan normaal.


Auteur

Redacteur