Stil

ZUIDBROEK

Laatst vroeg een stagiaire mij wat ik zo leuk vind aan mijn werk. Hij moest iemand interviewen voor zijn opleiding en terwijl ik van tevoren weinig antwoorden had kunnen bedenken (met alle bezuinigingen nog vers voelbaar), stroomden de woorden nu uit mijn mond. Er kwam een energie vrij die ik in lange tijd niet had gevoeld. De jongen zette me aan het denken. Wat wat vind ik nu eigenlijk leuk aan het leven, alles in zijn geheel genomen? Ik weet feilloos te benoemen wat er allemaal mis is met de wereld en ben keigoed in depressief zijn, maar wat inspireert me nu eigenlijk, waar krijg ik energie van, waar sta ik voor op?

Toen ik thuiskwam stelde ik mijn man de vragen die mij zo bezig hielden. Zijn antwoord kwam in de vorm van een Youtube filmpje ‘People are awesome’. Eerst was ik sceptisch. Tot we verder in het filmpje geraakten. Ik zag mensen de meest gekke, dappere dingen uithalen. Een jonge vrouw die van een klif af duikt, een man die halsbrekende toeren uitvoert op een snowboard, een meisje dat jongleert met de meest onwaarschijnlijke voorwerpen. Ik voelde een ongekend ontzag groeien. Dat mensen dit ook doen, daar had ik nooit echt bij stilgestaan. Niet dat ik nu geïnspireerd was om spannende stunts op mijn stoffige skeelers uit te gaan halen. Wel was ik geïnspireerd om nieuwe dingen te proberen, om iets te creëren, iets te gaan doen.

Toen we een paar dagen na het filmpje op de fiets wilden stappen, begon het te regenen. Niet met bakken uit de lucht, maar het was van die akelige miezer, die op de een of andere manier aan je wimpers lijkt te blijven plakken. Toch fietsten we met goede moed richting de sporthal in Muntendam. Toen we onze fiets hadden geparkeerd en naar binnen liepen overviel het geluid me. In de andere zaal was net een handbalwedstrijd aan de gang en alle geluiden drongen mijn lijf binnen.

Verstijft bleef ik staan, er zat mascara op mijn wang. Mijn man gaf mij een duwtje. ,,Kom op. We zijn al zover gekomen.’’

Ik knikte verlegen, gaf alle instructeurs een hand. Nadat we van de benodigde bescherming waren voorzien, pakte ik dan eindelijk de langs gekoesterde wens in mijn hand. Als kind was het al een droom van mij geweest om te leren hoe je een boog vasthoudt, maar op de een of andere manier had ik nooit de tijd gevonden er iets in te ondernemen.

De instructeur zette me in de juiste houding. Het was moeilijk om mij af te sluiten voor alle geluiden, maar toch, daar stond ik dan. Doel voor ogen, pijl in mijn hand. De eerste pijl ging langs het doel, de muur in. De tweede ging in het doel daarnaast.

Maar met elke pijl die ik schoot, lachte ik en liet ik een angst los. En voor het eerst in lange tijd, was het stil in mijn hoofd.


Auteur

Redacteur