Voornemen

ZUIDBROEK

Er is van alles wat mensen zichzelf rond deze tijd van het jaar voornemen. Meer sporten, stoppen met roken, contact opnemen met een vriendin die ze jaren geleden uit het oog verloren zijn...

Ik vond het altijd heel onlogisch, jezelf één keer per jaar wat voornemen. We zouden onszelf elke dag wat moeten voornemen. Zo houden we de vaart erin. We kunnen immers elke dag een beter mens zijn, we hoeven er alleen maar voor te kiezen. Het is vrij simpel ook, alles begint met een kleine beweging. Je kunt beginnen om iemand anders een keer voor te laten in de bus. Of met elke dag tegen een nieuwe onbekende in jouw buurt ‘hallo’ te zeggen. Zo bouw je langzaam toe naar iets groters. Naar meer daden. Naar je opgeven als vrijwilliger bij de lokale tennisvereniging. Naar één keer per week koken voor iemand die dat zelf niet meer kan.

Ik snap het natuurlijk ook wel. Jezelf elke dag iets voornemen is vermoeiend. Ik heb duizenden goede ideeën, maar begin bijna nergens aan. En eigenlijk wil ik ook helemaal niet elke dag een beter mens zijn.

Soms overvalt de wereld mij al voordat de dag begint. Op zulke dag wil ik mij het liefste onderdompelen in dat wat ‘slecht’ voor mij is. Ik geef mij over aan oude koeien uit de sloot, zelfmedelijden, een vlammende woede en ladingen alcohol. Ik maak mij ondergeschikt aan alles wat ook maar enige schade kan toebrengen. Met open armen ontvang ik de stem in mijn hoofd die zich altijd weer afvraagt waar je het toch in godsnaam voor doet.

Ironisch genoeg is dat tegelijkertijd ook wat mij op de been houdt. Die nieuwsgierigheid naar die twee kanten die in mij leven. Naast elkaar. Dat is het bijzondere aan mensen. Je kunt blijkbaar met twee werelden in jezelf leven. En hoewel we de pijnlijke wereld in onszelf het liefst negeren, hebben we hem ook nodig om te weten wanneer iets goed is. Of wanneer we gelukkig zijn. Ik hoorde het mijn psycholoog laatst nog tegen mij zeggen: ‘wij mensen moeten leren om ook ongelukkig te zijn, de dingen niet weg te maken. Dat maakt op de lange termijn écht gelukkig.’

Sinds we een hondje in huis hebben begrijp ik mijn eigen werelden beter. Ik neem mijzelf minder kwalijk en begrijp dat je ondanks ongelukkige gevoelens toch gelukkig kunt zijn. Wanneer ik de moed dreig te verliezen en de wereld het liefste buiten wil sluiten kijk ik naar dat vreemde wezentje in ons huis. Ook hij gaat door. En hij lééft, los van of hij nu in een liefdevol gezin terecht is gekomen of bij een broodfokker.

En ook ik ga door. Ik neem mijzelf voor het eerst iets voor tijdens deze jaarwisseling. ‘Be like a dog’. Spendeer geen tijd aan voornemens. Aan alles wat er fout of goed kan gaan. Laat het leven dagelijks op je afkomen en doe je best om het te incasseren in deze vorm. Wees.


Auteur

Redacteur