Jan Henk de Groot geroemd om ‘eigen toal’

ZUIDHORN

Merkwaardigerwijs komen alle muziekstijlen voorbij in een interview met de zingende tekstschrijver Jan Henk de Groot (41) uit voorheen Zuidhorn en nu Hoogezand.

De singer-songwriter maakt nu zijn eigen melange. Bij voorkeur met gitaarmuziek met streekeigen teksten. “De toal van eigen hoes, hart en toene”, geeft de docent Songwriting aan de Noorderpoort in het Grunnings als voorzet, “die heeft een warmte die als een magneet werkt”. Het mag verwondering wekken dat Jan Henk de Groot nu wordt geroemd om zijn Groningstalige liedjes. “Mijn ouders spraken thuis geen Gronings met ons als kinderen, maar wel met elkaar. Als je later een goede baan wilde dan moest je netjes Nederlands kunnen spreken. Het Gronings hoorde ik vooral bij opa en oma en op radio Noord”. De zoon van Harry de Groot en Miny de Groot-Bulder kende in Zuidhorn naar eigen zeggen een gelukkige jeugd. Hier woonde hij tot bijna zijn 16e verjaardag. “We mochten veel. Alleen mocht ik op zondag, vooral als zoon van een ouderling, niet gaan zwemmen. Zwemmen op zondag deed je niet in Zuidhorn dat toen overwegend gereformeerd was. Als je jong bent, kies je daarin een eigen weg. Ik zwom wel eens, maar verstopte mijn natte plunje altijd in een verborgen hoekje”. Het licht ondeugende karakter kwam ook in zijn muzikale voorkeur naar voren. “Ik voel me zo verdomd alleen van Danny de Munk als Ciske de Rat heb ik plat gedraaid. Het was de eerste single die mijn vader mee naar huis nam. De film van Ciske is ook heel interessant, maar dit nummer steelt echt je hart als je jong bent en een beetje opstandig”. Talent Het meezingen van nummers dateerde bij Jan Henk al vanaf de kleuterschool na complimenten van een juf die zijn talent ontdekte: “Je zingt als een mereltje”. De muzikale gave kan hij niet genetisch verklaren, alhoewel hij in navolging tot zijn moeder lid werd van het gospelkoor Singing Messengers. “In dat koor zingen vond ik geweldig, ik zag het als mijn eerste band!. Vooral dankzij het zingen in het gospelkoor, het omgaan met muzikale vrienden en een stevige vervolgroute sta ik nu waar ik sta. Met respect blik ik achterom”. Zijn ogen glunderen bij de terugblik op de periode van playbackmuziek. “Alles wat los en vast zat, heb ik geplaybackt. Leren jasje van mijn vader aan, een pvc-buis als microfoon-standaard en gaan met die banaan. Ik zal toen een jaartje of tien-elf zijn geweest. Enkele jaren later speelde ik echt muziek, terwijl mijn vriend Renze Wietse de Boer drumde. Op de boerderij van zijn ouders aan het Van Starkenborghkanaal namen wij dat op cassettebandjes op. Renze Wietse speelde die voor zijn ouders af, maar daar wilde ik niet bij zijn. Dat zal wel onzekerheid zijn geweest. Als je terugdenkt aan dit soort periodes dan is er altijd weer binnenpret”. Zoals velen in zijn jeugdperiode verkende hij veel muziekstijlen, omdat de interessesfeer altijd breed is geweest. “Gaandeweg ontdek je waar je echt van houdt. Ik hield vooral van gitaarsolo’s en hoge rockstemmen. Door veel naar hardrock en later ook naar andere stijlen te luisteren, leer je combineren. Anderen zullen dat vreemd vinden. Hardrock biedt in de kern veel muzikaliteit zoals mooie melodieën, maar de gevoelige gitaarliedjes moet je niet schreeuwerig brengen. Uit verschillende stijlen pik je wat op dat je op een eigen wijze weer samenbundelt”. Op deze manier heeft Jan Henk zich ook het gitaarspelen aangeleerd. “Als je de akkoorden van House of the Rising Sun kent, kun je met deze akkoorden ook een eigen liedje maken. Zo ben ik eigenlijk begonnen met het invoeren van eigen teksten op bekende akkoordenschema’s. Omdat de snaren van een gitaar bij langdurig spelen nogal pijn in de vingertoppen veroorzaken, zou ik dit instrument eerst vaarwel zeggen. Gelukkig is dat ten goede gekeerd toen ik per ongeluk het intro van Angie van The Rolling Stones speelde. Zo leer je vanuit experimenten iets op te bouwen zoals eigen melodielijnen. In het begin denk je dat bij zingen hard en hoog de kunst is. Geleidelijk leer je ook dat af. De knop ging bij mij om na het scherp beluisteren van Elton John: een magisch mooie stem. Niet hard, maar warm en niet te hoog”. Met voldoening neemt Jan Henk als troebadoer zijn oeuvre en prijzen door: van zijn eerste Groningstalige nummer ‘Kielsterachterweg’ in 2008 tot de tweede cd ‘Keunenk van Westerdaipsterdale’ die hij in het met twee huizen tellende kleinste dorp ter wereld mocht opnemen. Bij bijna elke herinnering is er een milde glimlach zoals rond ‘Keunenk’: “In de boerderij van Bonney Brattinga mocht ik daar al mijn apparatuur stallen en de muziek opnemen. Vroeger nam ik meer gelaagd op, spoor voor spoor, maar ook daarin groei je. Ik ga nu meer voor cd-opnames die klinken alsof het live muziek is”. Op dit gebied werkt hij als muzikant graag samen met anderen. “Met het thuis opnemen van partijen en die files versturen per wetransfer kun je nu ook snel iemand ondersteunen. Soms word ik gevraagd iets op mandoline in te spelen voor de productie van een ander. Het is tof om zo met collega’s samen te werken”. Dat in de muziekwereld vriendschappen voor het leven worden gesmeed, kan hij in een halve seconde illustreren. “Met de bandleden van Henkus speel ik na 16 jaar nog steeds”, zo besluit hij. “Vroeger wilden we op Pinkpop staan met onze Engelstalige rock en droomden we van een internationale carrière. Dat was toch wat hoog gegrepen. Zo stonden we vaak maar voor een paar man te spelen om vervolgens gedesillusioneerd huiswaarts te keren. Nu speel ik in de theaters en zalen van Groningen en kan mijn verhalen zingen voor een aandachtig publiek. Als je dan ook nog eens het leukste van het leven in je eigen streektoal naar voren kunt brengen, is dat gewoon bijzonder”. www.janhenkdegroot.nl Tekst en foto: Jelle Raap

Auteur

Monique Westra